Taalgids Latijn

Uit Wikivoyage
Onderwerpen > Taalgidsen > Taalgids Latijn
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Latijn is een dode taal, maar de taal wordt nog vandaag de dag nog steeds gebruikt in de wetenschap, het rechtssysteem en de geneeskunde. Het Latijn is alléén in Vaticaanstad de officiële landstaal, in geen enkel ander land is Latijn op dit moment de hoofdtaal. Deze taalgids bevat Klassiek Latijn, Latijn zoals deze vroeger in het Romeinse Rijk ook werd gesproken.

Grammatica[bewerken]

Het Latijn heeft een uitgebreide en relatief complexe grammatica, hier worden de belangrijkste aspecten in de grammatica behandeld.



Naamwoorden[bewerken]

Zelfstandige naamwoorden[bewerken]

Het Latijn bevat vijf naamvallen, elke naamval heeft zijn eigen functie in de zin:

  • Nominativus - Onderwerp + naamwoordelijk deel van het gezegde
  • Genitivus - Bijvoegelijke bepaling
  • Dativus - Meewerkend voorwerp
  • Accusativus - Lijdend voorwerp
  • Ablativus - Bijwoordelijke bepaling

De naamvallen kunnen drie geslachten hebben: mannelijk, vrouwelijk en, in tegenstelling tot de andere Romaanse talen, onzijdig. Zelfstandige naamwoorden kunnen worden verbogen in vijf groepen:

Zelfstandige naamwoorden declinaties 1 t/m 5 enkelvoud

Naamval Groep 1 Groep 2 Groep 2 Groep 3 Groep 4 Groep 5 Vertaalwijze rosa
Nominativus Rosa Dominus Bellum Rex Lacus Fides De roos
Genitivus Rosae Domini Belli Regis Lacus Fidei Van de roos
Dativus Rosae Domino Bello Regi Lacui Fidei Aan/voor de roos
Accusativus Rosam Dominum Bellum Regem Lacum Fidem De roos
Ablativus Rosa Domino Bello Rege Lacu Fide Met/door/in de roos
Vertaling nominativus Roos Heer Oorlog Koning Meer (Ere)woord -

Zelfstandige naamwoorden declinatie 1 t/m 5 meervoud

Naamval Groep 1 Groep 2 Groep 2 Groep 3 Groep 4 Groep 5 Vertaalwijze rosae
Nominativus Rosae Dominus Bellum Reges Lacus Fides De rozen
Genitivus Rosarum Dominorum Bellorum Regum Lacuus Fiderum Van de rozen
Dativus Rosis Dominis Bellis Regibus Lacibus Fidebus Aan/voor de rozen
Accusativus Rosas Dominos Bella Reges Lacus Fides De rozen
Ablativus Rosis Dominis Bellis Regibus Lacibus Fidebus Met/door/in de rozen
Vertaling nominativus Rozen Heren Oorlogen Koningen Meren (Ere)woorden -
  1. Het geslacht van de groepen gaat als volgt:
    • Vrouwelijk= Groep 1 en groep 5
    • Mannelijk= Groep 2 (Met uitgang -us) en groep 4
    • Onzijdig= Groep 2 (Met uitgang -um)
    • Groep 3 woorden met een nominativus meervoud op -es zijn mannelijk of vrouwelijk en een meervoud nominativus op -a geeft een onzijdig woord aan.
  1. Woorden met de uitgang -us kunnen via de groepen 2, 3 of 4 worden verbogen, let daarop! Murus= Groep 2, Corpus= Groep 3 en Portus= Groep 4.
  2. De groepen 4 en 5 komen het minst vaak voor in de Latijnse grammatica vergeleken met de andere groepen.

Bijvoeglijke naamwoorden[bewerken]

Bijvoeglijke naamwoorden congrueren met zelfstandige naamwoorden, dat wil zeggen dat het bijvoeglijk naamwoord hetzelfde geslacht, naamval en getal (enkelvoud of meervoud) heeft als het zelfstandig naamwoord waarover dit bijvoeglijk naamwoord wat zegt. Een bijvoeglijk naamwoord kan alleen worden verbogen volgens de groepen 1, 2 en 3. Bijvoorbeeld:

-Rosa parva (De kleine roos) - Vrouwelijk nominativus enkelvoud. -Domino irato (Aan/door woedende heer) - Mannelijk dativus/ablativus enkelvoud. -Regum audacium (Van de roekeloze koningen) - Mannelijk genitivus meervoud.

  • Let op, groep 3 woorden kunnen ook bijvoeglijke naamwoorden krijgen die verbogen worden als groep 1 of groep 2 woorden: Matri anxiae (Aan de angstige moeder) - Vrouwelijk dativus enkelvoud.
  • Ook woorden van groep 1 of 2 kunnen bijvoeglijke naamwoorden krijgen die verbogen worden als een groep 3 woord: Servorum fortium (Van de dappere slaven) - Mannelijk genitivus meervoud.
  • Woorden van groep 4 en 5 krijgen op grond van hun geslacht een bijvoeglijk naamwoord van groep 1, 2 of 3: In portu ignoto (In een onbekende haven) - Mannelijk ablativus enkelvoud.

Werkwoorden[bewerken]

Regelmatige werkwoorden[bewerken]

Regelmatige werkwoorden eindigen in het Latijn op -are, -ēre, -ire of -ere. Het verschil tussen de werkwoorden op -ēre en -ere is dat -ēre een 'e-stam' is, de 'e' hoort dus bij de stam, en -ere is een medeklinker-stam, hier is de 'e' een zogenoemde bindvocaal. In het echt heeft een e-stam geen accent op de 'e', het staat er nu voor de onderscheiding tussen een e-stam en een mk-stam.

Regelmatige werkwoorden praesens (o.t.t.)

Persoonlijk voornaamwoord A-stam E-stam I-stam MK-stam Vertaling Vocare
Ego voco moveo audio vivo ik roep
Tu vocas moves audis vivis jij roept
Is, Ea, Id vocat movet audit vivit hij, zij, het roept
Nos vocamus movemus audimus vivimus wij roepen
Vos vocatis movetis auditis vivitis jullie roepen
Ei, Eae, Ea vocant movent audiunt vivunt zij roepen
Infinitivus vocare movēre audire vivere roepen
Imperativus voca - vocate move - movete audi - audite viv(e) - vivite roep! - roept!

Regelmatige werkwoorden imperfectum (o.v.t.)

Persoonlijk voornaamwoord A-stam E-stam I-stam MK-stam Vertaling Vocare
Ego vocabam movebam audiebam vivebam ik riep
Tu vocabas movebas audiebas vivebas jij riep
Is, Ea, Id vocabat movebat audiebat vivebat hij, zij, het riep
Nos vocabamus movebamus audiebamus vivebamus wij riepen
Vos vocabatis movebatis audiebatis vivebatis jullie riepen
Ei, Eae, Ea vocabant movebant audiebant vivebant zij riepen

Regelmatige werkwoorden perfectum (v.t.t.)

Persoonlijk voornaamwoord A-stam E-stam I-stam MK-stam Vertaling Vocare
Ego vocavi movi audivi vixi ik riep/ik heb geroepen
Tu vocavisti movisti audivisti vixisti jij riep/jij hebt geroepen
Is, Ea, Id vocavit movit audivit vixit hij, zij, het riep/heeft geroepen
Nos vocavimus movimus audivimus viximus wij riepen/wij hebben geroepen
Vos vocavistis movistis audivistis vixistis jullie riepen/jullie hebben geroepen
Ei, Eae, Ea vocaverunt moverunt audiverunt vixerunt zij riepen/zij hebben geroepen
Infinitivus vocavisse movisse audivisse vixisse (te) hebben geroepen
  • Een perfectum kan in het Nederlands vertaalt worden met een onvoltooid verleden tijd maar ook met een voltooid tegenwoordige tijd.
  • De stam van een werkwoord verandert in alle voltooide tijden (dus ook in de v.v.t. en v.t.t.t.), er zijn daarvoor regels:
    • A-stammen en I-stammen zijn meestal regelmatig, achter de stam komt een -v. Hierna komen de uitgangen voor het perfectum.
    • E-stammen en MK-stammen zijn meestal onregelmatig, je moet de perfectumstam leren. Maar als deze regelmatig is komt er een -U achter de stam.
  • In het woordenboek staan de perfectum vormen NIET in de infinitivus van het perfectum, maar in de 1e persoon enkelvoud van het perfectum.

Onregelmatige werkwoorden[bewerken]

Het Latijn kent echter ook onregelmatige werkwoorden, maar het zijn er niet zo veel als in de andere Romaanse talen. De meest gebruikte onregelmatige werkwoorden zijn: Esse, posse, velle, nolle, malle, ire en ferre.

Onregelmatige werkwoorden praesens (o.t.t.)

Persoonlijk voornaamwoord Zijn Kunnen Willen Niet willen Liever willen Gaan Dragen, brengen
Ego sum possum volo nolo malo eo fero
Tu es potes vis non vis mavis is fers
Is, Ea, Id est potest vult non vult mavult it fert
Nos sumus possumus volumus nolumus malumus imus ferimus
Vos estis potestis vultis non vultis mavultis itis fertis
Ei, Eae, Ea sunt possunt volunt nolunt malunt eunt ferunt
Infinitivus esse posse velle nolle malle ire ferre
Imperativus es - este - - noli - nolite - i - ite fer - ferte

Het werkwoord 'hebben' bestaat in het Latijn niet. Om bezit aan te geven wordt er gezegd 'dativus + est of sunt', dus het persoonlijk voornaamwoord in de dativus + est/sunt. Dat ziet er dan zo uit:

  1. Potestas mihi est. (De macht is aan mij --> Ik heb de macht)
  2. Sorores tibi sunt. (Zussen zijn aan jou --> Jij hebt zussen)
  3. Vox magna ei est. (Een luide stem is aan hem/haar/het --> Hij/zij/het heeft een luide stem)
  4. Casa parva nobis est. (Een kleine hut is aan ons --> Wij hebben een kleine hut)
  5. Sedes vobis sunt. (Zetels zijn aan jullie --> Jullie hebben zetels)
  6. Pecunia eis est. (Geld is aan hen --> Zij hebben geld)
  • Let op, er wordt met deze constructie géén voltooide tijd gemaakt! In het Latijn kan er geen zijn/hebben/worden + voltooid deelwoord plaatsvinden.'
  • De persoonlijke voornaamwoorden in de dativus zijn schuingedrukt.

Uitspraak[bewerken]

Het Latijn gebruikt, vanzelfsprekend, het Latijnse alfabet, maar in het Latijn bestaan de letters J en W niet. De I vervangt soms de J, en er staan woorden met een W in het woordenboek, maar dat zijn Germaanse leenwoorden én dat zie je alleen in het Middeleeuws-Latijn. De letters Y en Z zijn uitzonderlijk en komen alleen in Griekse leenwoorden voor. En tot slotte is de K ook zeer uitzonderlijk.

Klinkers[bewerken]

als de aa in kaas of als de a in anders
als de ee in vlees of als de e in engel
als de ie in vies of als de i in mikken
als de oo in vroom of als de o in hommel
als de oe in koets
als de ie in systeem

Medeklinkers[bewerken]

B, C, D, F, G, H, K, L, M, N, P, Q, R, S, T, V, X en Z

als de b in binnen
als de k in kiezel
als de d in durven
als de f in fiets
als de 'Engelse G' in Good
wordt zacht uitgesproken.
als de k in kast
als de l in Lamp
als de m in meer
als de n in nodig
als de p in pudding
QU 
als kw in quiz, de Q wordt ALTIJD gevolgd door een U.
als de r in raden
als de s in sluw
als de t in toen
als een w in Waarom
als de ks in heks
als de z in zon

Tweeklanken[bewerken]

AE 
als aaj in kraai
AU 
als auw in auto
OE 
als ooj in hooi

Géén tweeklank

EI 
als ee-ie
EU 
als ee-oe of als eew
IE 
als ie-ee
UI 
als oe-ie
UU 
als oewoe

Woordenboek[bewerken]

Basiswoorden[bewerken]

Gebruikelijke uitdrukkingen


OPEN 
GESLOTEN 
INGANG 
UITGANG 
DUWEN 
TREKKEN 
WC 
HEREN, MANNEN 
DAMES, VROUWEN 
VERBODEN 
Goedendag. (formeel
. ( )
Hallo. (informeel
. ( )
Hoe gaat het? 
? ( )
Goed, dank u. 
. ( )
Hoe heet u? 
? ( )
Ik heet ______. 
. ( )
Aangenaam kennis te maken. 
. ( )
Alstublieft. 
. ( )
Dank u wel. 
. ( )
Graag gedaan. 
. ( )
Ja. 
Bestaat niet in het Latijn, de zin herhalend bevestigen.
Nee. 
Bestaat niet in het Latijn, de zin herhalend bevestigen.
Excuseer. 
. ( )
Het spijt me. 
. ( )
Tot ziens. 
. ( )
I spreek geen ______. 
. ( )
Spreekt u Nederlands? 
? ( )
Spreekt hier iemand Nederlands? 
? ( )
Help! 
! ( !)
Goeiemorgen. 
. ( )
Goeienavond. 
. ( )
Welterusten. 
. ( )
Ik begrijp het niet. 
. ( )
Waar is de wc? 
? ( ?)

Bij problemen[bewerken]

Laat me met rust. 
. ( )
Raak me niet aan! 
! ( !)
Ik bel de politie. 
. ( )
Politie! 
! ( )
Stop! Dief! 
! ! ( )
Ik heb uw hulp nodig. 
. ( )
Het is een noodgeval. 
. ( )
Ik ben verdwaald. 
. ( )
Ik ben mijn tas kwijt. 
. ( )
Ik ben mijn portemonnee kwijt. 
. ( )
Ik ben ziek. 
. ( )
Ik ben gewond. 
. ( )
Ik heb een dokter nodig. 
. ( ')
Mag ik uw telefoon gebruiken? 
? ( )

Cijfers[bewerken]

Unus (oenoes)
Duo (doe-oo)
Tres (tres)
Quattuor (kwatoe-or)
Quinque (kwienkwee)
Sex (sex)
Septem (septem)
Octo (oktoo)
Novem (noowem)
10 
Decem (deekem)
11 
Undecim (oendeekim)
12 
Duodecim (doe-oo-deekim)
13 
Tredecim (treedeekim)
14 
Quattuordecim (kwattoe-or-deekim)
15 
Quindecim (kwiendeekim)
16 
Sedecim (seedeekim)
17 
Septemdecim (septemdeekim)
18 
Duodeviginti (doe-oo-deewiekientie)
19 
Undeviginti (oendeewiekientie)
20 
Viginti (wiekientie)
21 
Viginti unus (wiekientie oenoes)
22 
Viginti duo (wiekientie doe-oo)
23 
Viginti tres (wiekientie trees)
30 
Triginta (triekienta)
40 
Quadraginta (kwadraakienta)
50 
Quinquaginta (kwienkwakienta)
60 
Sexaginta (sexaakienta)
70 
Septuaginta (septoe-aa-kienta)
80 
Octoginta (oktookienta)
90 
Nonaginta (nonaakienta)
100 
Centrum (kentroem)
200 
Ducenti (doekentie)
300 
Trecenti (treekentie)
1000 
Mille (mielee)
2000 
Duo milla (doe-oo miela)
100.000 
Centrum milla (kentroem miela)
1.000.000
Decies centena milia (deekie-ees kenteena miela )
1.000.000.000,000 
( )
nummer _____ (trein, bus, enz.
( )
half 
( )
minder 
( )
meer 
( )

Tijd[bewerken]

nu 
Nunc (noenk)
later 
( )
voor 
( )
ochtend 
Mane (maanee)
middag 
( )
avond 
Vesper (wesper)
nacht 
Nox (noks)
Klok[bewerken]
Eén uur 's ochtends 
( )
Twee uur 's ochtends 
( )
Twaalf uur 's middags 
( )
Eén uur 's middags 
( )
Twee uur 's middags 
( )
Twaalf uur 's nachts 
( )
Duur[bewerken]
_____ minuut/minuten
Minutum/minuta (mienoetoem/mienoeta)
_____ uur/uren
Hora/horae (hora/horaaj)
_____ dag/dagen
Dies/dies (die-ees/die-ees)
_____ week/weken
Hebdomada/hebdomadae (hebdoomaada/hebdoomaadaaj)
_____ maand/maanden
Mensis/menses (mensis/menses)
_____ jaar/jaren
Annus/anni (anoes/anie)
Dagen[bewerken]
vandaag 
Hodie (Hoodie-ee)
gisteren 
( )
morgen 
( )
deze week 
( )
vorige week 
( )
volgende week 
( )
maandag 
Dies Lunae (die-ees loenaaj)
dinsdag 
Dies Martis (die-ees martis)
woensdag 
Dies Mercurii (die-ees merkoerie-ies)
donderdag 
Dies Iovis (die-ees joowis)
vrijdag 
Dies Veneris (die-ees weeneris)
zaterdag 
Dies Saturni (die-ees satoernie)
zondag 
Dies Solis (die-ees soolis)
Maanden[bewerken]
januari 
Ianuarius (Janoe-aarie-oes)
februari 
Februarius (Feebroe-aarie-oes)
maart 
Martius (Martie-oes)
april 
Aprilis (Aprielis)
mei 
Maius (Maa-ie-oes)
juni 
Iunius (Joenie-oes)
juli 
Iulius (Joelie-oes)
augustus 
Augustus (Auwkoestoes)
september 
September (September)
oktober 
October (Oktoober)
november 
November (Noowember)
december 
December (Deekember)

Kleuren[bewerken]

zwart 
( )
wit 
( )
grijs 
( )
rood 
( )
blauw 
( )
geel 
( )
groen 
( )
oranje 
( )
paars 
( )
bruin 
( )

Vervoer[bewerken]

Trein en bus[bewerken]

Hoeveel kost een kaartje naar _____? 
? ( )
Een kaartje naar _____, alstublieft. 
. ( )
Waar gaat deze trein/bus naartoe? 
? ( )
Waar is de trein/bus naar _____? 
? ( )
Stopt deze trein/bus in _____? 
? ( )
Wanneer vertrekt de trein/bus naar_____ ? 
? ( )
Wanneer komt de trein/bus aan in _____? 
? ( )

Richtingen[bewerken]

Hoe kom ik in _____ ? 
? ( )
...het station? 
? ( )
...de bushalte? 
? ( )
...de luchthaven? 
? ( )
...het stadscentrum? 
? ( )
...de jeugdherberg? 
? ( )
...het _____ hotel? 
? ( )
...het Nederlands/Belgisch/Surinaams consulaat? 
? ( )
Waar zijn er veel... 
( )
...hotels? 
? ( )
...restaurants? 
? ( )
...cafés? 
? ( )
...bezienswaardigheden? 
? ( )
Kunt u het op de kaart aanduiden? 
? ( )
straat 
( )
Links afslaan. 
. ( )
Rechts afslaan. 
. ( )
links 
( )
rechts 
( )
rechtdoor 
( )
richting de _____ 
( )
voorbij de _____ 
( )
voor de _____ 
( )
Let op de/het _____. 
. ( )
kruispunt 
( )
noord 
( )
zuid 
( )
oost 
( )
west 
( )
bergop 
( )
bergaf
( )

Taxi[bewerken]

Taxi! 
! ( )
Breng me naar _____, alstublieft. 
. ( )
Hoeveel kost het om naar _____ te rijden? 
? ( )
Breng me daarheen, alstublieft. 
. ( )

Slapen[bewerken]

Heeft u nog kamers beschikbaar? 
? ( )
Hoeveel kost een kamer voor één persoon/twee personen? 
? ( )
Beschikt de kamer over... 
( )
...lakens? 
? ( )
...een WC?
? ( )
...een badkamer? 
? ( )
...een telefoon? 
? ( )
...een televisie? 
? ( )
Mag ik de kamer eerst even zien? 
? ( )
Heeft u niets rustiger? 
? ( )
...groter? 
? ( )
...schoner? 
? ( )
...goedkoper? 
? ( )
Oké, ik neem het. 
. ( )
Ik blijf _____ nacht(en). 
. ( )
Kunt u mij een ander hotel aanbevelen? 
? ( )
Heeft u een kluis? (voor waardevolle bezittingen
? ( )
...kluisjes? (voor kleding
? ( )
Is het ontbijt/avondeten inbegrepen? 
? ( )
Hoe laat is het ontbijt/avondeten? 
? ( )
Wilt u mijn kamer schoonmaken? 
? ( )
Kunt u me wakker maken om _____ uur? 
? ( )
Ik wil uitchecken. 
. ( )

Geld[bewerken]

Kan ik met Amerikaanse dollars betalen? 
( )
Kan ik met Britse ponden betalen? 
( )
Kan ik met euro's betalen? 
( )
Kan ik met een credit card betalen? 
? ( )
Kunt u geld voor me wisselen? 
? ( )
Waar kan ik geld wisselen? 
? ( )
Kan ik hier traveler's cheques inwisselen? 
? ( )
Waar kan ik traveler's cheques inwisselen? 
( )
Wat is de wisselkoers? 
? ( )
Waar is er een geldautomaat? 
? ( )

Eten[bewerken]

Een tafel voor één persoon/twee personen, alstublieft. 
. ( )
Mag ik de menukaart even zien? 
. ( )
Mag ik een kijkje nemen in de keuken? 
. ( )
Is er een specialiteit van het huis? 
? ( )
Is er een streekgerecht? 
? ( )
Ik ben vegetariër. 
. ( )
Ik eet geen varkensvlees. 
. ( )
Ik eet geen rundvlees. 
. ( )
Ik eet alleen koosjer. 
. ( )
Kunt u dat met minder olie/boter/vet maken, alstublieft? 
? ( )
vast menu 
( )
à la carte 
( )
ontbijt 
( )
lunch 
( )
afternoontea (maaltijd
( )
avondeten 
( )
Ik wil graag _____. 
. ( )
Ik wil graag een gerecht met _____. 
( )
kip 
( )
rundsvlees 
( )
vis 
( )
ham 
( )
worst 
( )
kaas 
( )
eieren 
( )
salade 
( )
(verse) groenten 
( )
(vers) fruit 
( )
brood 
( )
geroosterd brood 
( )
noedels 
( )
rijst 
( )
bonen 
( )
Mag ik een glas _____? 
? ( )
Mag ik een kopje _____? 
? ( )
Mag ik een fles _____? 
? ( )
koffie 
( )
thee 
( )
sap 
( )
koolzuurhoudend water 
( )
mineraalwater 
( )
bier 
( )
rode/witte wijn
( )
Mag ik wat _____? 
? ( )
zout 
( )
zwarte peper 
( )
boter 
( )
Ober! 
! ( )
Ik ben klaar. 
. ( )
Het was heerlijk. 
. ( )
Kunt u de borden afruimen? 
? ( )
De rekening, alstublieft. 
. ( )

Uitgaan[bewerken]

Serveert u alcohol? 
? ( )
Is er bediening aan tafel? 
? ( )
Een biertje/twee biertjes, alstublieft. 
. ( )
Een glas rode/witte wijn, alstublieft. 
. ( )
Een vaasje, alstublieft 
. ( )
Een fles, alstublieft. 
. ( )
_____ (sterke drank) met _____ (toegevoegde drank), alstublieft. 
. ( )
whisky 
( )
wodka 
( )
rum 
( )
water 
( )
sodawater 
( )
tonic 
( )
sinaasappelsap 
( )
cola 
( )
Heeft u versnaperingen/snacks/hapjes? 
? ( )
Nog eentje, alstublieft. 
. ( )
Nog een rondje, alstublieft. 
. ( ')
Wanneer gaat u dicht? 
? ( )
Proost! 
! ( )

Winkelen[bewerken]

Heeft u dit in mijn maat? 
? ( )
Hoeveel kost dat? 
? ( )
Dat is te duur. 
. ( )
Wilt u het voor _____verkopen? 
? ( )
duur 
( )
goedkoop 
( )
Dat kan ik mij niet veroorloven. 
. ( )
Ik wil het niet. 
. ( )
U bedriegt me. 
. ( )
Ik ben niet geïnteresseerd. 
. ( )
Oké, ik neem het. 
. ( )
Mag ik een tasje? 
? ( )
Bezorgt u (overzee)? 
( )
Ik wil graag... 
. ( )
...tandpasta. 
. ( )
...een tandenborstel. 
. ( )
...tampons. 
. ( ')
...zeep. 
. ( )
...shampoo. 
. ( )
...een pijnstiller. 
. ( )
...een middel tegen verkoudheid. 
( )
...maagtabletten. 
... ( )
...scheermesjes
. ( )
...een paraplu. 
. ( )
...zonnebrandcrème. 
. ( )
...een ansichtkaart. 
. ( )
...postzegels. 
. ( )
...batterijen. 
. ( )
...schrijfpapier. 
. ( )
...een pen. 
. ( )
...Nederlandstalige boeken. 
. ( )
...Nederlandstalige tijdschriften. 
. ( )
...een Nederlandstalige krant. 
. ( )
...een Nederlands-______ woordenboek. 
. ( )

Rijden[bewerken]

Ik wil een auto huren. 
. ( )
Kan ik het laten verzekeren? 
? ( )
stop 
( )
éénrichtingsstraat 
( )
voorrang verlenen
( )
parkeerverbod
( )
snelheidslimiet 
( )
tankstation 
( )
benzine
( )
diesel 
( )

Autoriteiten[bewerken]

Ik heb niets verkeerds gedaan. 
. ( )
Het was een misverstand. 
. ( )
Waar brengt u me naartoe? 
? ( )
Ben ik gearresteerd? 
? ( )
Ik ben Nederlands/Belgisch/Surinaams staatsburger. 
( )
Ik wil praten met de Nederlandse/Belgische/Surinaamse ambassade/consulaat. 
( )
Ik wil met een advocaat spreken. 
( )
Kan ik nu niet gewoon een boete betalen? 
( )
Dit artikel is nog geheel in opbouw. Het bevat een sjabloon, maar nog niet genoeg informatie om bruikbaar te zijn voor een reiziger. Duik erin en breid het uit!