Taalgids IJslands

Uit Wikivoyage
Onderwerpen > Taalgidsen > Taalgids IJslands
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het IJslands (íslenska) is een Noord-Germaanse taal met bijna 320.000 sprekers. Het is de officiële taal van IJsland. Het IJslands behoort samen met het Faeröers tot de westelijke of eiland-Scandinavische talen. Het is niet zonder meer te verstaan voor sprekers van de Scandinavische talen van het vasteland: Noors, Zweeds en Deens.

Een opvallend kenmerk van het IJslands is het sterke purisme, dat een grote invloed op de ontwikkeling van de taal heeft gehad. Waar de andere Germaanse talen overspoeld werden met leenwoorden uit Frans en Latijn, en de vasteland-Scandinavische talen bovendien met leenwoorden uit het Nederduits, heeft men in IJsland steeds geprobeerd voor de benaming van nieuwe begrippen uit de bron van erfwoorden te putten. Het IJslands is een rijke taal, vanwege de vele eeuwen sagaliteratuur. Daardoor kon men vaak vergeten woorden uit het verleden nemen om nieuwe begrippen aan te duiden. Zo werd 'telefoon' sími, naar een oud woord voor 'draad', en 'scherm' (beeldscherm, computerscherm) skjár, naar een oud woord voor 'venster'. De laatste jaren neemt het aantal leenwoorden echter toe in het IJslands.

Info[bewerken]

IJsland werd tussen 800 en 1000 bevolkt vanuit Noorwegen. Het IJslands heeft zich ontwikkeld uit het Oudnoors. In Noorwegen vonden, net als in de rest van het Germaanse taalgebied, in de eeuwen daarna grote taalveranderingen plaats, al of niet veroorzaakt door de intensieve contacten met de Nederduits sprekende handelslieden van de Hanze, maar op het afgelegen IJsland gebeurde dat bijna niet en bleven de woordenschat en het verbuigingssysteem vrijwel onveranderd. De uitspraak is wel veranderd. Het IJslands bezit een aantal fonemen die zeldzaam zijn in andere Europese talen, bijvoorbeeld een stemloze l, n, m en r.

Grammatica[bewerken]

Alfabet[bewerken]

Het IJslands wordt met het Latijnse alfabet geschreven, waaraan verschillende tekens zijn toegevoegd: Áá, Éé, Íí, Óó, Úú, Ýý, Ðð (edh), Þþ (thorn), Ææ en Öö. De alfabetische volgorde is: A Á B (C) D Ð E É F G H I Í J K L M N O Ó P (Q) R S T U Ú V (W) X Y Ý (Z) Þ Æ Ö.

De letters c, q, w en z worden niet gebruikt, behalve voor woorden en namen van niet-IJslandse afkomst.

Uitspraak[bewerken]

De speciale letter thorn (þ) geeft de klank weer die men ook tegenkomt als de th in het Engelse think (ongeveer als de Griekse letter Θ (theta), en de eth (ð) is daar de stemhebbende variant van (als de th in het Engelse that of de Griekse letter Δ (delta)), evenwel staat de letter ð in het IJslands nooit aan het begin, noch de letter þ aan het eind van een woord. De thorn komt uit het oude runenalfabet.

Verder klinken i en y gelijk, alsook í en ý. De in onbruik geraakte z klinkt als s, net als in alle Noord-Germaanse talen.

De klemtoon valt in het IJslands altijd op de eerste lettergreep.

Grammatica[bewerken]

In het IJslands is het oude Scandinavische verbuigingssysteem dus nog helemaal intact. Alle zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, lidwoorden, aanwijzende voornaamwoorden, bezittelijke voornaamwoorden, eigennamen, (rang)telwoorden enzovoorts worden verbogen in vier naamvallen, die voor alle drie woordgeslachten aparte vormen kennen. Daarnaast kent het IJslands nog sterke en zwakke verbuigingen.

Ter illustratie volgt hier de verbuiging van het onregelmatige mannelijke woord fjörður, 'fjord'.

 

enkelvoud meervoud
nominatief: fjörður firðir
genitief: fjarðar fjarða
datief: firði fjörðum
accusatief: fjörð firði

Het bepaald lidwoord wordt, net als in de andere Scandinavische talen, achter het zelfstandig naamwoord geplakt (aangehecht lidwoord), waardoor je vormen kunt krijgen als fjarðarins 'van de fjord', fjörðunum 'aan de fjorden'. Het onbepaald lidwoord kent het IJslands niet. Fjörður kan dus zowel 'fjord' als 'een fjord' betekenen.

Woordenboek[bewerken]

Basiswoorden[bewerken]

Gebruikelijke uitdrukkingen


OPEN 
Opið
GESLOTEN 
Lokað
INGANG 
Inn of Inngangur
UITGANG 
Út, Útgangur
GEEN TOEGANG 
Aðgangur bannaður
DUWEN 
Ýta, Ýtið
TREKKEN 
Toga, Togið
TOILET, WC 
Baðherbergi, Klósett, WC, VK
HEREN 
Menn, Herrar
DAMES 
Konur
MANNEN 
Menn, Karlar of Karlmenn
VROUWEN 
Konur
VERBODEN 
Bannaður
WAARSCHUWING
Varúð
Hallo. 
Halló. (Ha-lo.)
Hallo (informeel)
Sæll. (Saitl.) (tegen een man), Sæl. (Sail.) (tegen een vrouw)
Hey 
Hæ. (Hai.)
Hoe gaat het met jou? 
Hvað segirðu gott? (Kwadh se-ghir-dhu goht?)
Goed, dankuwel. 
Ég segi allt gott, þakka þér fyrir. (Jegh se-ghi atlt goht, thah-ka thjer fi-rir)
Hoe heet je? 
Hvað heitirðu? (Kwadh hei-tir-dhu?)
Mijn naam is ______ . 
Ég heiti ______ . (Jegh hei-ti _____ .)
Aangename kennismaking. 
Komdu sæll. (Kom-du saitl.) (tegen een man), Komdu sæl. (Kom-du sail.) (tegen een vrouw)
Alstublieft. 
Gjörðu svo vel. (Gjeur-dhu swo wel.) (enkelvoud), Gerið þið svo vel. (Ge-ridh thidh swo wel.) (meervoud)
Bedankt. 
Þakka þér fyrir. (Thah-ka thjer fi-rir.)
Bedankt. (informeel) 
Takk. (Tahk.)
Graag gedaan. 
Ekkert að þakka. (Eh-kert adh thah-ka.)
Ja. 
Já. (Jau.)
Nee. 
Nei. (Nei.)
Het spijt me. 
Því miður. (Thwie mi-dhur.)
Tot ziens. 
Bless. (Bles.)
Ik spreek geen IJslands. 
Ég tala ekki íslensku. (Jegh ta-la eh-ki ies-len-sku.)
Spreekt u Nederlands? 
Talarðu Hollensku? (Ta-lar-dhu Hol-len-sku?)
Spreekt hier iemand Nederlands? 
Er einhver hér sem talar Hollensku? (Er ein-kwer hjer sem ta-lar Hol-len-sku?)
Help! 
Hjálp! (Hjaulp!)
Let op! 
Varúð! (Wa-roedh!)
Goeiemorgen. 
Góðan daginn. (Goo-dhan da-ghin.)
Goedenavond. 
Gott kvöld. (Goht kwuld.)
Goeienacht. 
Góða nótt. (Goo-dha nooht.)
Ik begrijp het niet. 
Ég skil ekki. (Jegh skil eh-ki.)
Wilt u traag praten? 
Gætirðu talað hægar? (Gai-tir-dhu ta-ladh hai-ghar?)
Hoe zegt u _____ in het IJslands? 
Hvernig segir maður _____ á íslensku? (Kwer-nigh se-ghir ma-dhur ____ au ies-len-sku?)
OK. 
Allt í lagí. (Atlt ie la-gi.)
Waar is het toilet? 
Hvar er klósettið? (Kwar er klo-seh-tidh?)

Bij problemen[bewerken]

Laat me met rust. 
. ( )
Raak me niet aan! 
! ( !)
Ik bel de politie. 
. ( )
Politie! 
! ( )
Stop! Dief! 
! ! ( )
Ik heb uw hulp nodig. 
. ( )
Het is een noodgeval. 
. ( )
Ik ben verdwaald. 
. ( )
Ik ben mijn tas kwijt. 
. ( )
Ik ben mijn portemonnee kwijt. 
. ( )
Ik ben ziek. 
. ( )
Ik ben gewond. 
. ( )
Ik heb een dokter nodig. 
. ( ')
Mag ik uw telefoon gebruiken? 
? ( )

Cijfers[bewerken]

einn (eitn) (mannelijk), ein (ein) (vrouwelijk), eitt (eiht) (onzijdig)
tveir (tweir) (mannelijk), tvær (twair) (vrouwelijk), tvö (tweu) (onzijdig)
þrír (thrier) (mannelijk), þrjár (thrjaur) (vrouwelijk), þrjú (thrjoe) (onzijdig)
fjórir (fjoo-rir) (mannelijk), fjórar (fjoo-rar) (vrouwelijk), fjögur (fjeu-ghur) (onzijdig)
fimm (fim)
sex (seks)
sjö (sieu)
átta (auh-ta)
níu (nie-u)
10 
tíu (tie-u)
11 
ellefu (ed-le-vu)
12 
tólf (toolf)
13 
þrettán (threh-taun)
14 
fjórtán (fjoor-taun)
15 
fimmtán (fim-taun)
16 
sextán (seks-taun)
17 
sautján (sui-tiaun)
18 
átján (au-tiaun)
19 
nítján (nie-tiaun)
20 
tuttugu (tuh-tu-ghu)
21 
tuttugu og einn (tuh-tu-ghu og eitn)
22 
tuttugu og tveir (tuh-tu-ghu og tweir)
23 
tuttugu og þrír (tuh-tu-ghu og thrier)
30 
þrjátíu (thrjau-tie-u)
40 
fjörutíu (fjeur-tie-u)
50 
fimmtíu (fim-tie-u)
60 
sextíu (seks-tie-u)
70 
sjötíu (sieu-tie-u)
80 
áttatíu (auh-ta-tie-u)
90 
níutíu (nie-u-tie-u)
100 
hundrað (hund-radh)
200 
tvö hundruð (tweu hund-rudh)
300 
þrjú hundruð (thrjoe hund-rudh)
1.000 
þúsund (thoe-sund)
2.000 
tvö þúsund (tweu thoe-sund)
1.000.000 
ein miljón (ein mil-joon)
1.000.000.000 
einn miljarður (eitn mil-jar-dhur)
1.000.000.000,000 
( )
nummer _____ (trein, bus, enz.
( )
half 
( )
minder 
( )
meer 
( )

Tijd[bewerken]

nu 
nú ( )
later 
síðar (sie-dhar)
voor 
( )
ochtend 
morgunn (mor-gutn)
middag 
( )
avond 
kvöld (kwuld)
nacht 
nótt (nooht)
Klok[bewerken]
Eén uur 's ochtends 
( )
Twee uur 's ochtends 
( )
Twaalf uur 's middags 
(
Eén uur 's middags 
( )
Twee uur 's middags 
( )
Twaalf uur 's nachts 
( )
Duur[bewerken]
_____ minu(u)te(n) 
( )
_____ u(u)r(en) 
( )
_____ dag(en) 
( )
_____ we(e)k(en) 
( )
_____ maand(en) 
( )
_____ ja(a)r(en) 
( )
Dagen[bewerken]
vandaag 
í dag (ie dagh)
gisteren 
í gær (ie gair)
morgen 
á morgun (au mor-gun)
deze week 
( )
vorige week 
( )
volgende week 
( )
maandag 
mánudagur (mau-nu-da-ghur)
dinsdag 
þriðjudagur (thridh-ju-da-ghur)
woensdag 
miðvikudagur (midh-wi-ku-da-ghur)
donderdag 
fimmtudagur (fim-tu-da-ghur)
vrijdag 
föstudagur (fus-tu-da-ghur)
zaterdag 
laugardagur (lui-gar-da-ghur)
zondag 
sunnudagur (sun-nu-da-ghur)
Maanden[bewerken]
januari 
janúar (ja-noe-aar)
februari 
febrúar (fee-broe-aar)
maart 
mars (mars)
april 
apríl (a-priel)
mei 
maí (ma-ie)
juni 
júní (joe-nie)
juli 
júlí (joe-lie)
augustus 
ágúst (au-goest)
september 
september (sef-tem-ber)
oktober 
október (och-to-ber)
november 
nóvember (noo-wem-ber)
december 
desember (dee-sem-ber)

Kleuren[bewerken]

zwart 
svartur ( )
wit 
hvitur ( )
grijs 
grár ( )
rood 
rauður ( )
blauw 
ljósblár ( )
geel 
gulur ( )
groen 
grænn ( )
oranje 
appelsínugulur ( )
paars 
lillablár ( )
bruin 
brúnn ( )

Vervoer[bewerken]

Trein en bus[bewerken]

Hoeveel kost een kaartje naar _____? 
? ( )
Een kaartje naar _____, alstublieft. 
. ( )
Waar gaat deze trein/bus naartoe? 
? ( )
Waar is de trein/bus naar _____? 
? ( )
Stopt deze trein/bus in _____? 
? ( )
Wanneer vertrekt de trein/bus naar_____ ? 
? ( )
Wanneer komt de trein/bus aan in _____? 
? ( )

Richtingen[bewerken]

Hoe kom ik in _____ ? 
? ( )
...het station? 
? ( )
...de bushalte? 
? ( )
...de luchthaven? 
? ( )
...het stadscentrum? 
? ( )
...de jeugdherberg? 
? ( )
...het _____ hotel? 
? ( )
...het Nederlands/Belgisch/Surinaams consulaat? 
? ( )
Waar zijn er veel... 
( )
...hotels? 
? ( )
...restaurants? 
? ( )
...cafés? 
? ( )
...bezienswaardigheden? 
? ( )
Kunt u het op de kaart aanduiden? 
? ( )
straat 
( )
Links afslaan. 
. ( )
Rechts afslaan. 
. ( )
links 
( )
rechts 
( )
rechtdoor 
( )
richting de _____ 
( )
voorbij de _____ 
( )
voor de _____ 
( )
Let op de/het _____. 
. ( )
kruispunt 
( )
noord 
( )
zuid 
( )
oost 
( )
west 
( )
bergop 
( )
bergaf
( )

Taxi[bewerken]

Taxi! 
! ( )
Breng me naar _____, alstublieft. 
. ( )
Hoeveel kost het om naar _____ te rijden? 
? ( )
Breng me daarheen, alstublieft. 
. ( )

Slapen[bewerken]

Heeft u nog kamers beschikbaar? 
? ( )
Hoeveel kost een kamer voor één persoon/twee personen? 
? ( )
Beschikt de kamer over... 
( )
...lakens? 
? ( )
...een WC?
? ( )
...een badkamer? 
? ( )
...een telefoon? 
? ( )
...een televisie? 
? ( )
Mag ik de kamer eerst even zien? 
? ( )
Heeft u niets rustiger? 
? ( )
...groter? 
? ( )
...schoner? 
? ( )
...goedkoper? 
? ( )
Oké, ik neem het. 
. ( )
Ik blijf _____ nacht(en). 
. ( )
Kunt u mij een ander hotel aanbevelen? 
? ( )
Heeft u een kluis? (voor waardevolle bezittingen
? ( )
...kluisjes? (voor kleding
? ( )
Is het ontbijt/avondeten inbegrepen? 
? ( )
Hoe laat is het ontbijt/avondeten? 
? ( )
Wilt u mijn kamer schoonmaken? 
? ( )
Kunt u me wakker maken om _____ uur? 
? ( )
Ik wil uitchecken. 
. ( )

Geld[bewerken]

Kan ik met Amerikaanse dollars betalen? 
( )
Kan ik met Britse ponden betalen? 
( )
Kan ik met euro's betalen? 
( )
Kan ik met een credit card betalen? 
? ( )
Kunt u geld voor me wisselen? 
? ( )
Waar kan ik geld wisselen? 
? ( )
Kan ik hier traveler's cheques inwisselen? 
? ( )
Waar kan ik traveler's cheques inwisselen? 
( )
Wat is de wisselkoers? 
? ( )
Waar is er een geldautomaat? 
? ( )

Eten[bewerken]

Een tafel voor één persoon/twee personen, alstublieft. 
. ( )
Mag ik de menukaart even zien? 
. ( )
Mag ik een kijkje nemen in de keuken? 
. ( )
Is er een specialiteit van het huis? 
? ( )
Is er een streekgerecht? 
? ( )
Ik ben vegetariër. 
. ( )
Ik eet geen varkensvlees. 
. ( )
Ik eet geen rundvlees. 
. ( )
Ik eet alleen koosjer. 
. ( )
Kunt u dat met minder olie/boter/vet maken, alstublieft? 
? ( )
vast menu 
( )
à la carte 
( )
ontbijt 
( )
lunch 
( )
afternoontea (maaltijd
( )
avondeten 
( )
Ik wil graag _____. 
. ( )
Ik wil graag een gerecht met _____. 
( )
kip 
( )
rundsvlees 
( )
vis 
( )
ham 
( )
worst 
( )
kaas 
( )
eieren 
( )
salade 
( )
(verse) groenten 
( )
(vers) fruit 
( )
brood 
( )
geroosterd brood 
( )
noedels 
( )
rijst 
( )
bonen 
( )
Mag ik een glas _____? 
? ( )
Mag ik een kopje _____? 
? ( )
Mag ik een fles _____? 
? ( )
koffie 
( )
thee 
( )
sap 
( )
koolzuurhoudend water 
( )
mineraalwater 
( )
bier 
( )
rode/witte wijn
( )
Mag ik wat _____? 
? ( )
zout 
( )
zwarte peper 
( )
boter 
( )
Ober! 
! ( )
Ik ben klaar. 
. ( )
Het was heerlijk. 
. ( )
Kunt u de borden afruimen? 
? ( )
De rekening, alstublieft. 
. ( )

Uitgaan[bewerken]

Serveert u alcohol? 
? ( )
Is er bediening aan tafel? 
? ( )
Een biertje/twee biertjes, alstublieft. 
. ( )
Een glas rode/witte wijn, alstublieft. 
. ( )
Een vaasje, alstublieft 
. ( )
Een fles, alstublieft. 
. ( )
_____ (sterke drank) met _____ (toegevoegde drank), alstublieft. 
. ( )
whisky 
( )
wodka 
( )
rum 
( )
water 
( )
sodawater 
( )
tonic 
( )
sinaasappelsap 
( )
cola 
( )
Heeft u bittergarnituur? 
? ( )
Nog eentje, alstublieft. 
. ( )
Nog een rondje, alstublieft. 
. ( ')
Wanneer gaat u dicht? 
? ( )
Proost! 
! ( )

Winkelen[bewerken]

Heeft u dit in mijn maat? 
? ( )
Hoeveel kost dat? 
? ( )
Dat is te duur. 
. ( )
Wilt u het voor _____verkopen? 
? ( )
duur 
( )
goedkoop 
( )
Dat kan ik mij niet veroorloven. 
. ( )
Ik wil het niet. 
. ( )
U bedriegt me. 
. ( )
Ik ben niet geïnteresseerd. 
. ( )
Oké, ik neem het. 
. ( )
Mag ik een tasje? 
? ( )
Bezorgt u (overzee)? 
( )
Ik wil graag... 
. ( )
...tandpasta. 
. ( )
...een tandenborstel. 
. ( )
...tampons. 
. ( ')
...zeep. 
. ( )
...shampoo. 
. ( )
...een pijnstiller. 
. ( )
...een middel tegen verkoudheid. 
( )
...maagtabletten. 
... ( )
...scheermesjes
. ( )
...een paraplu. 
. ( )
...zonnebrandcrème. 
. ( )
...een ansichtkaart. 
. ( )
...postzegels. 
. ( )
...batterijen. 
. ( )
...schrijfpapier. 
. ( )
...een pen. 
. ( )
...Nederlandstalige boeken. 
. ( )
...Nederlandstalige tijdschriften. 
. ( )
...een Nederlandstalige krant. 
. ( )
...een Nederlands-IJslands woordenboek. 
. ( )

Rijden[bewerken]

Ik wil een auto huren. 
. ( )
Kan ik het laten verzekeren? 
? ( )
stop 
( )
éénrichtingsstraat 
( )
voorrang verlenen
( )
parkeerverbod
( )
snelheidslimiet 
( )
tankstation 
( )
benzine
( )
diesel 
( )

Autoriteiten[bewerken]

Ik heb niets verkeerds gedaan. 
. ( )
Het was een misverstand. 
. ( )
Waar brengt u me naartoe? 
? ( )
Ben ik gearresteerd? 
? ( )
Ik ben Nederlands/Belgisch/Surinaams staatsburger. 
( )
Ik wil praten met de Nederlandse/Belgische/Surinaamse ambassade/consulaat. 
( )
Ik wil met een advocaat spreken. 
( )
Kan ik niet gewoon nu een boete betalen? 
( )
Dit artikel is nog geheel in opbouw. Het bevat een sjabloon, maar nog niet genoeg informatie om bruikbaar te zijn voor een reiziger. Duik erin en breid het uit!