Aalter

Uit Wikivoyage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
SARS-CoV-2 without background.png WAARSCHUWING: Door de uitbraak van de besmettelijke ziekte COVID-19 (zie Coronaviruspandemie), veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2, ook bekend onder de naam Corona-virus, zijn er wereldwijd reisbeperkingen. Het is dan ook van groot belang de adviezen van de officiële instanties van België en Nederland frequent te raadplegen. Deze reisbeperkingen kunnen betrekking hebben op inreisbeperkingen, sluiting van hotels en restaurants, quarantainemaatregelen, het zich op straat mogen bevinden zonder toegestane reden en meer, en kunnen met onmiddellijke ingang worden ingevoerd. Uiteraard dient u, in uw eigen belang en dat van anderen, aanwijzingen van overheidswege onmiddellijk en stipt op te volgen.

Aalter ligt in Meetjesland, in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen.

Info[bewerken]

Geschiedenis[bewerken]

Archeologische vondsten uit de voorbije decennia tonen aan dat er op het grondgebied Aalter reeds bewoning was tijdens de prehistorie. Er werden een aantal stenen artefacten gevonden op een aantal paleontologische sites. Ze dateren mogelijk van 3000 tot 2000 voor het begin van onze jaartelling. Archeologen vonden ook de restanten van een bronzen bijl, die volgens onderzoek tussen 1200 en 1000 v.Chr. moet vervaardigd zijn.

De naam Aalter dook, door de schenking van een deel van de Villa Haleftra (het landgoed Haleft(e)ra) door graaf Diederik van West-Friesland aan de Sint-Pietersabdij van Gent, voor het eerst op in het jaar 974. Deze naam is mogelijk afgeleid van het Germaanse halahdrja, wat jeneverbessenstruik betekent. Villa Haleftra zou zich op de huidige markt hebben bevonden, vlak naast de huidige kerk. Het landgoed werd omringd door velden (campis), akkers (agris), meersen (pratis), weiden en bossen. In 840 en in 1112 komt de naam Haltra voor.

In de middeleeuwen en later (periode van ca. 1000 tot 1800) bestond de bestuurlijke organisatie uit heerlijkheden die zich vaak over een aantal parochies uitstrekten. De belangrijkste heerlijkheid, het Land van de Woestijne, was het grafelijke domein rond het Woestijnegoed. Ze strekte zich uit over het grondgebied Aalter en Knesselare met een aantal enclaves in Bellem.

Aalter speelde een belangrijke rol in de Revolutie van Gent tegen de graaf. In 1379 versloegen de Witte Kaproenen op het Aalterse grondgebied de Brugse kanaalgravers.

De overzetboot aan het kanaal in Aalter.

Het graven van de Brugse Vaart van 1613 tot 1623 in het stroomgebied van de Durme, was een zeer belangrijke ontwikkeling voor de plaats. Langs het kanaal werden heel wat vestingen gebouwd, ter verdediging tegen de Nederlanders. Er werd ook een overzetdienst ingevoerd, die eind juni 2008 werd stopgezet. De overzet was de enige langs het kanaal. In 1187 lag in Oostmolen een watermolen. Daar moesten de bewoners van Aalter hun graan laten malen. Voordat het kanaal werd gegraven in de bedding van de Zuidleie en de Durme, lagen er drie bruggen over de riviertjes: de Geetbrug, de Woestijnebrug over de Zuidleie en de Oostmolenbrug over de Hoge Kale. Toen de Brugse Vaart uiteindelijk werd gegraven, moesten die bruggen wijken. Vanaf 1617 werden de noord- en zuidkant per overzetboot verbonden. De eerste brug in Aalter dateert van 1775.

De eerste spoorlijn werd in 1838 aangelegd, waardoor Aalter nu ook door de spoorweg met de grotere steden (Gent, Brugge, Deinze, ...) was verbonden. Op 12 augustus van dat jaar werd het station geopend.

Overal was de hoofdactiviteit de landbouw en zorgde de huisnijverheid voor een extra inkomen. Deze gelijklopende geschiedenis hield pas omstreeks 1962 op met de aanleg van een industrieterrein van meer dan 125 hectare. De eerste echte fabriek stond nochtans in Bellem. Vanaf ongeveer 1800 verschafte de manufactuur tijdens de bloeiperiode werk aan 500 personen.

In 1918 werd het bovenste deel van de torenspits van de Sint-Corneliuskerk gedynamiteerd door Duitse troepen. Deze verwoesting bracht ook veel schade toe aan het dak. De kerk was 15 jaar daarvoor herbouwd en sterk uitgebreid. De verwoesting uit de Eerste Wereldoorlog werd hersteld van 1921 tot 1923, naar de neo-gotische plannen van architect Camille Goethals uit 1902. De oudste delen van de kerk (nu volledig nieuw) gaan terug tot de 12de of 13de eeuw.

In de jaren '30 begon de bouw aan de autosnelweg E5 (later E40) tussen Brussel en Oostende, waarbij ook een afrit in Aalter werd aangelegd.

Aalter werd in 1944 bevrijd door soldaten van de Poolse 1ste Pantserdivisie. In Ter Walle werd een monument voor deze divisie van generaal Maczek opgericht.

Geografie[bewerken]

Deelgemeenten[bewerken]

Aalter bestaat sinds de fusie van 1977 uit vier deelgemeenten: Aalter, Bellem, Poeke en Lotenhulle.

De deelgemeente Aalter bevat naast de gelijknamige kern ook nog twee andere dorpen: Aalter-Brug en Maria-Aalter. Beiden zijn nooit zelfstandige gemeenten geweest en kunnen zodoende niet als deelgemeente worden beschouwd.

Arriveren[bewerken]

Per trein[bewerken]

  • Doorkomsttijden treinen: NMBS

Per bus[bewerken]

Per auto[bewerken]

Afrit 11 van de E40 autosnelweg

Rondreizen[bewerken]

Bekijken[bewerken]

Doen[bewerken]

Kopen[bewerken]

Eten[bewerken]

Uitgaan[bewerken]

Overnachten[bewerken]

Rondom[bewerken]

Dit artikel is nog geheel in opbouw. Het bevat een sjabloon, maar nog niet genoeg informatie om bruikbaar te zijn voor een reiziger. Duik erin en breid het uit!

Categorie aanmaken


Dit artikel bevat informatie uit het artikel Aalter op Wikipedia. Bekijk de paginageschiedenis daar voor de lijst van auteurs.