Nederland

Uit Wikivoyage
Bestemmingen > Europa > Benelux > Nederland
Ga naar: navigatie, zoeken
Nederland

Leiden-NL-Banner-2.jpg

Inhoud

noframe
Locatie
noframe
Vlag
Flag of the Netherlands.svg
Beknopt
Hoofdstad Amsterdam
Regering Constitutionele monarchie, met parlementaire democratie
Munt Euro (EUR)
Oppervlakte 41.526 km2 (Europees gedeelte)
Bevolking 16.730.632 (2012)
Taal Nederlands, Fries
Religie Geen geloof 41%, Rooms Katholiek 31%, Protestant 21%, Moslim 5,5%, andere 1,5%
Elektriciteit 230V/50Hz (Europese stekker)
Oproepcode +31
Internet TLD .nl
Tijdzone UTC +1

Nederland is een laaggelegen land in de Benelux dat in het noorden en westen begrensd wordt door de Noordzee, langs de oostgrens door Duitsland en in het zuiden door België.

Info[bewerken]

Het is een modern land dat met bijna 17 miljoen inwoners, ook naar Europese begrippen, dichtbevolkt is. Het land heeft de reiziger veel te bieden; naast wereldsteden als Amsterdam en Rotterdam staat het land bekend om z'n typische uitgestrekte polderlandschappen en pittoreske dorpen.

Na de Tachtigjarige Oorlog, waarin Nederland onafhankelijk werd van Spanje, werd Nederland in de zeventiende eeuw een van de machtigste landen van de wereld. Deze Gouden Eeuw en de daarop volgende periode heeft een groot cultureel erfgoed achtergelaten. Hiertoe behoren ook enkele monumenten en/of monumentale landschappen samenhangend met de thema's inpoldering en/of waterbeheer. Nu staat Nederland bekend om het internationale karakter, relatief veel tolerantie/vrijzinnigheid en nog steeds om waterbouwkundige kunstwerken zoals de Afsluitdijk en de Deltawerken.

Geschiedenis[bewerken]

Nederland kent een lange geschiedenis in de beschaving, die rond het begin van de jaartelling begon. Hieronder staat een aantal belangrijke momenten in de Nederlandse geschiedenis:

  • Romeinse nederzettingen, die ontstonden in de eerste eeuw voor Christus. Nijmegen en Maastricht kwamen hier onder andere uit voort. De Romeinen stuitten op de Batavieren.
  • De Gouden Eeuw, een tijd dat het economisch heel goed ging in Nederland, ondanks de Tachtigjarige Oorlog en de Reformatie. In deze tijd kwamen de kolonies in onder meer Suriname en Nederlands Indië (tegenwoordig Indonesië) tot stand. Ook ontstonden in dit tijdperk veel van de fraaie historische binnensteden. Daarmee samenhangend begon de waterbouwkundige geschiedenis. De steden moesten enerzijds beschermd worden tegen het water en anderzijds vormde de polders ook een nieuw buitengebied.
  • Franse overheersing, Koninkrijk der Nederlanden, nadat de Republiek bijna vergaan was kwamen de Fransen binnen, waarna Nederland een koninkrijk werd en België zich snel daarna weer afscheidde.
  • Tweede Wereldoorlog, een tijd die veel gesloopt heeft, waarna een groot deel van het land opnieuw is opgebouwd. Er werd relatief vaak gekozen voor sterke modernisering (zoals in Rotterdam) in plaats van herbouw van oorspronkelijke architectuur (zoals in Rhenen).
  • Naoorlogs Nederland, in deze periode werd de Europese Unie gevormd en kreeg de economie nieuwe impulsen. Aan de koloniale geschiedenis kwam nagenoeg een einde met het uiteindelijk geheel onafhankelijk worden van Indonesië en later ook van Suriname. De seksuele/culturele revolutie voltrok zich, waarmee Nederland het imago kreeg van een tolerant land. Tenslotte werd de maatschappij meer en meer gekleurd door immigranten uit vooral Zuid-Europa en later Afrika.

Cultuur[bewerken]

Realistische en figuratieve schilderkunst[bewerken]

Nederland heeft een lange traditie van hoogwaardige realistische en figuratieve kunst die terug gaat naar het begin van de Noordelijke Renaissance (1400 - 1600) tot ongeveer 1670; waarna er een rustige periode aanbrak in de Nederlandse kunst die zich tot in de eerste helft van de 19de eeuw voortzette. De latere periode vanaf 1860 wordt gekenmerkt door de vernieuwingen in de realistische schilderkunst, bekende internationale schilders en impressionistische invloeden van de Haagse school (1860 - 1900) en na 1900 door het magisch realisme (1920 - ) en door de moderne schilderstijl het onafhankelijk realisme (1945 - ) waarbinnen een regionele schilderstijl schuil gaat; het noordelijk realisme (1980 - ).

Klimaat[bewerken]

 Klimaat jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec
 
gemiddeld maximum (°C) 5,6 6,4 10,0 14,0 18,0 20,4 22,8 22,6 19,1 14,6 9,6 6,1
gemiddeld minimum (°C) 0,3 0,2 2,3 4,1 7,8 10,5 12,8 12,3 9,9 6,9 3,6 1,0
neerslag (mm) 69,6 55,8 66,8 42,3 61,9 65,6 81,1 72,9 78,1 82,8 79,8 75,8

Klimaat in De Bilt (nabij Utrecht) Bron:[1]
Zandvoort in de zomer

Nederland heeft een zeeklimaat en ligt in de gematigde klimaatzone (Cfb). Kenmerkend voor dit klimaattype zijn relatief zachte winters, vrij koele zomers en het hele jaar door regelmatig neerslag. Omdat het weer echter onregelmatig verloopt, zijn de maand- en seizoenswaarden in de tabellen slechts gemiddelden die in de praktijk meestal niet uitkomen.

De lente begint vaak nog fris, al zijn ook dan al warme dagen mogelijk. De maximumtemperatuur loopt op van 8 °C begin maart tot 19 °C eind mei. April is gemiddeld de droogste maand van het jaar, maar houd altijd rekening met buitjes. Ook zijn de verschillen in de maanden groot. In april en mei zijn wel eens vorst en sneeuw waargenomen, maar ook hitte en droogte kunnen heersen, met volle stranden.

De zomer is vaak wisselvalliger, maar ook beduidend warmer. Gemiddeld zijn de tweede helft van juli en de eerste helft van augustus het allerwarmst. Hoewel de warmte meestal de kou weg kan houden, met name in het zuiden, met tropische hittegolven van 30-35 °C, kan de zomer soms ook overheerst worden door stortbuien en relatief lage temperaturen van 15-20 °C. Meestal heerst er een aangenamere temperatuur van 22-23 °C.

De herfst is vaak het regenachtigste seizoen, met over het algemeen steeds lager wordende temperaturen, die echter flink kunnen schommelen. Bomen vallen meestal eind oktober uit, maar ook deze maand kan vier van de seizoenen bevatten, want zowel sneeuw als zomerse hitte zijn in oktober waargenomen. De maximumtemperatuur daalt van ca. 20 °C begin september tot 7 °C eind november.

Ook de winter in Nederland is erg wisselvallig. Het ene jaar kan sneeuwrijk zijn met ijs waarop geschaatst kan worden en vrij droog. Andere winters kennen nauwelijks sneeuw of ijs, deze winters zijn zachter en dan vaak ook veel natter. De temperatuur varieert tussen de 3 °C en -20 °C in strenge winters en 3-15 °C in zachte winters. Soms zijn er ook verschillende periodes, eerst een tijdlang zacht weer en dan enkele weken veel lagere temperaturen.

Feestdagen[bewerken]

Christelijke feestdagen[bewerken]

  • 1 januari - Nieuwjaarsdag, velen komen dan bij van oud en nieuw, maar ook vinden in tal van plaatsen zogenaamde nieuwjaarsduiken plaats.
  • Pasen, inclusief tweede Paasdag op maandag.
  • Hemelvaartsdag
  • Pinksteren - inclusief tweede Pinkersterdag op maandag.
  • 5 december - Sinterklaas, in Nederland vooral grootschalig gevierd voor kinderen. Zij krijgen niet van de kerstman, maar uit handen van Sint Nicolaas cadeautjes en snoepgoed.
  • 25 en 26 december - Eerste Kerstdag en Tweede Kerstdag
  • 31 december/1 januari - Oudejaarsdag/Oud en nieuw, de jaarwisseling wordt uitbundig gevierd met versnaperingen waaronder oliebollen en heel veel vuurwerk. In de grootste steden worden openbare evenementen georganiseerd.

Naast alle Christelijke feestdagen zijn er drie speciale dagen in Nederland:

27 april Koningsdag[bewerken]

Koningsdag in Spijkenisse, 2014

Tot en met 2013 werd op 30 april Koninginnedag gevierd. 30 April was de verjaardag van de vroegere Koningin Juliana en haar dochter heeft als Koningin Beatrix van Oranje deze datum zo gelaten omdat er traditioneel op deze dag veel buiten-activiteiten plaatsvinden en zijzelf middenin de winter jarig is. Op 27 april is Koning Willem-Alexander jarig en derhalve wordt op die dag Koningsdag gevierd.

In veel plaatsen is er de hele dag een grote vrijmarkt waarbij professionele handelaren zij aan zij staan met particulieren die de inhoud van hun zolder naar buiten hebben gesleept. Bijna iedereen is in de koninklijke kleur oranje uitgedost. Verder zijn er talloze bandjes, maar ook kunnen veel kinderen die spelen op de blokfluit bewonderd worden.

De Koninklijke familie bezoekt op deze dag altijd één of twee plaatsen in het land, waar de Oranje's vaak actief meedoen aan activiteiten van het plaatselijke verenigingsleven.

4 mei (Dodenherdenking) en 5 mei (Bevrijdingsdag)[bewerken]

Dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte

4 Mei is in het geheel geen feestdag maar wel een bijzondere dag in Nederland. Om precies 20:00 uur is het twee minuten stil in Nederland als de Nederlanders de gevallenen in de oorlogen herdenken. Van oorsprong een herdenking van de Tweede Wereldoorlog, is het nu een herdenking voor alle Nederlandse gevallenen in oorlogen en vredesmissies. Traditioneel wordt er door de koning, andere hoogwaardigheidsbekleders en vertegenwoordigers van uiteenlopende organisaties een krans gelegd bij het Nationaal Monument op de Dam. Verder worden door het hele land rond 20:00 uur ceremonies georganiseerd.

Slechts eens in de vijf jaar is Bevrijdingsdag een officiële vrije dag, maar ieder jaar wordt toch gevierd dat de Tweede Wereldoorlog op deze datum in 1945 ten einde kwam. Tegenwoordig vooral met (gratis) popfestivals. Zie verder Bevrijdingsfestivals.nl.

Naast bovengenoemde drie, groots aangepakte, dagen zijn er nog tal van dagen die een speciale betekenis hebben en op een speciale manier gevierd worden. De meeste daarvan zijn echter regionaal gebonden. Vermeldenswaardig is de volgende dag:

29 juni, Veteranendag[bewerken]

Op de verjaardag van Prins Bernhard is een nieuwe viering tot stand gekomen. Het traditionele defilé in Wageningen op 5 mei is vervangen door een eerbetoon aan alle veteranen die sinds de Tweede Wereldoorlog uitgezonden werden. Voor hen is er een samenkomst op het Malieveld in Den Haag en een defilé door de stad. Vanaf 2009 wordt deze samenkomst niet meer op 29 juni gehouden, maar op een zaterdag ervoor of erna.

Regio's[bewerken]

Nederland is een constitutionele monarchie die opgedeeld is in 12 provincies. Hoewel Nederland op zich maar een klein land is, zijn deze provincies zeer divers en hebben ze tal van culturele verschillen. Ze kunnen gegroepeerd worden in vier regio's:

De regio's van Nederland
West-Nederland (Flevoland, Noord-Holland, Utrecht, Zuid-Holland)
Dit is de grootstedelijke regio met de meeste toeristische bezienswaardigheden. Naast alle steden bevat deze regio ook het typische Nederlandse polderlandschap.
Noord-Nederland (Drenthe, Friesland, Groningen)
Het dunstbevolkte gebied, maar desondanks veel bezocht door binnenlandse vakantiegangers. Populaire bestemmingen zijn de Friese Waddeneilanden, de Friese meren en Drenthe.
Oost-Nederland (Gelderland, Overijssel)
Vooral veel natuurlandschappen met als hoogtepunt Nationaal Park De Hoge Veluwe. Daarnaast zijn er de zeven Hanzesteden, prachtige middeleeuwse steden aan de IJssel met een historisch stadscentrum.
Zuid-Nederland (Limburg, Noord-Brabant, Zeeland)
Het Nederland van "beneden de rivieren" onderscheidt zich door de katholieke cultuur, het carnaval en z'n "bourgondische levensstijl". Zeeland ligt tussen de rivieren en is internationaal vooral beroemd om de Deltawerken.

Sinds 10 oktober 2010 maken de drie BES-eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba een integraal onderdeel van Nederland uit. Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn zelfstandige landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden geworden. Zowel de BES-eilanden als Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden in afzonderlijke artikelen besproken.

Steden[bewerken]

Er zijn vele steden die voor toeristen interessant kunnen zijn, onder andere:

  • Amsterdam — de hoofdstad met de grachtengordel en z'n internationaal vermaarde musea
  • Alkmaar — binnenstad, grachten, en internationaal vooral beroemd vanwege de kaasmarkt
  • Delft — historische binnenstad met diverse grachten en de monumentale Oude Kerk en Nieuwe Kerk. Internationaal is Delft vooral beroemd om het aardewerk Delfts blauw
  • Den Haag ('s-Gravenhage) — de hofstad, met het Binnenhof, Madurodam en paleizen waaronder ook het Vredespaleis
  • Groningen — met "d'Olle Grieze" (Martinitoren) en het Groninger Museum
  • Maastricht — stad aan de Maas, bekend om het lekkere eten en drinken, en de gezellige winkeltjes
  • Rotterdam — de Maasstad en wereldhaven, modern centrum, bijzondere gebouwen als Euromast en Erasmusbrug
  • 's-Hertogenbosch — de Markt, de Parade, de Binnendieze, smalle eeuwenoude straatjes, Bossche bollen, Sint Jan Kathedraal
  • Utrecht — de Dom, de Ouwe grach', een gezellige studentenstad

Andere bestemmingen[bewerken]

Arriveren[bewerken]

Paspoort en visum[bewerken]

Nederland behoort tot de Schengenzone.

Er zijn geen grenscontroles tussen landen die de Verdragen van Schengen ondertekend en geïmplementeerd hebben. Het gaat om de lidstaten van de Europese Unie (behalve Bulgarije, Cyprus, Ierland, Roemenië en het Verenigd Koninkrijk), IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Daarnaast is een visum dat uitgegeven is voor een lidstaat van de Schengenzone geldig voor alle lidstaten die de verdragen getekend en geïmplementeerd hebben. Maar let op: niet alle EU-lidstaten hebben de Verdragen van Schengen ondertekend, en er bestaan ook lidstaten van de Schengenzone die geen lid zijn van de Europese Unie. Dit betekent dat er mogelijk douanecontroles kunnen plaatsvinden maar geen immigratiecontroles (als je reist binnen Schengen maar van/naar een niet-EU-land) of dat er immigratiecontroles kunnen plaatsvinden maar geen douanecontrole (als je reist binnen de EU maar van/naar een niet-Schengen-land).

Luchthavens in Europa zijn verdeeld tussen "Schengen" en "geen Schengen"-secties, die corresponderen met de "binnenlandse" en "buitenlandse" secties in andere landen. Als je van buiten Europa naar een Schengenland vliegt en dan doorreist naar een ander Schengenland, dan kan je de douane- en immigratiecontroles in het eerste land voltooien en dan direct doorreizen naar het tweede land zonder verdere controles. Reizen tussen een Schengenland en een niet-Schengenland zal resulteren in de gebruikelijke grenscontroles. Denk eraan dat of je nu wel of niet binnen de Schengenzone reist, het bij veel luchtvaartmaatschappijen verplicht is om altijd een paspoort of identiteitskaart te kunnen tonen.

Onderdanen van lidstaten van de Europese Unie of van de EFTA (IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland) hoeven alleen een geldig paspoort of identiteitskaart bij zich te dragen voor toegang tot de Schengenzone — zij hebben nooit een visum nodig, hoe lang het bezoek ook duurt. Onderdanen van andere landen moeten een geldig paspoort bij zich dragen, en hebben afhankelijk van de nationaliteit een visum nodig.

Alleen onderdanen van de volgende niet-EU/EFTA-landen hebben geen visum nodig voor toegang tot de Schengenzone: Albanië*, Andorra, Antigua en Barbuda, Argentinië, Australië, Bahama's, Barbados, Bosnië en Herzegovina*, Brazilië, Brunei, Canada, Chili, Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Israël, Japan, Kroatië, Macedonië*, Maleisië, Mauritius, Mexico, Monaco, Montenegro*, Nieuw-Zeeland, Nicaragua, Panama, Paraguay, Saint Kitts en Nevis, San Marino, Servië*/**, Seychellen, Singapore, Taiwan*** (Republiek China), Verenigde Staten, Uruguay, Vaticaanstad, Venezuela, Zuid-Korea, alsook personen met een British National (Overseas)-paspoort, een Hongkong-SAR-paspoort of een Macau-SAR-paspoort.

Bezoekers van deze visa-vrije landen mogen niet langer dan 90 dagen blijven in een periode van 180 dagen in de Schengenzone als geheel, en mogen in principe niet werken tijdens de verblijfsduur (al zijn er een aantal Schengenlanden die onderdanen van bepaalde nationaliteiten wel toestaan te werken — zie beneden). De teller begint op het moment dat je een lidstaat van de Schengenzone binnentreedt en verloopt niet als je een bepaald Schengenland verlaat voor een ander Schengenland of vice-versa. Echter, onderdanen van Nieuw-Zeeland mogen wel langer dan 90 dagen blijven indien zij alleen bepaalde Schengenlanden bezoeken - zie [2] voor een uitleg van de Nieuw-Zeelandse regering (in het Engels).

Als een niet-EU/EFTA-onderdaan bent (zelfs van een visa-vrij-land, met uitzondering van Andorra, Monaco of San Marino), zorg er dan voor dat jouw paspoort gestempeld wordt bij het binnentreden en bij het verlaten van de Schengenzone. Zonder stempel bij binnenkomst kan je behandeld worden als hebbende de verblijfsduur overschreden bij vertrek; zonder stempel bij vertrek kan je de toegang tot de Schengenzone de volgende keer ontzegd worden wegens het overschrijden van de verblijfsduur in een vorige reis. Als je geen stempel kan bemachtigen, behoud dan documenten als instapkaarten, transportkaartjes en bonnetjes van geldautomaten, omdat die de grenspolitie kunnen helpen overtuigen dat je legaal in de Schengenzone verbleven bent.

Let op dat:

(*) onderdanen van Albanië, Bosnië en Herzegovina, Macedonië, Montenegro en Servië een biometrisch paspoort nodig hebben om van visa-vrij reizen gebruik te kunnen maken;

(**) onderdanen van Servië met paspoorten uitgegeven door het Serbian Coordination Directorate (bewoners van Kosovo met Servische paspoorten) wel een visum moeten aanvragen;

(***) onderdanen van Taiwan hun ID-nummer vastgelegd moeten hebben in hun paspoort om van visa-vrij reizen gebruik te kunnen maken.



Per vliegtuig[bewerken]

bewegwijzering Schiphol

Er zijn verschillende (internationale) luchthavens aanwezig, waarvan Schiphol (oftewel Amsterdam Airport) veruit de grootste is met dagelijks honderden vluchten naar alle werelddelen. Daarnaast hebben ook de luchthavens van Rotterdam (Rotterdam The Hague Airport), Eindhoven (Eindhoven Airport), Maastricht (Maastricht-Aachen Airport) en Groningen (Groningen Airport Eelde) verscheidene internationale bestemmingen. Daarnaast kun je voor het oosten van Nederland ook gebruik maken van de luchthavens Weeze/Niederrhein (tussen Nijmegen en Venlo op de Nederlands-Duitse grens) en Münster/Osnabrück ca 40 km vanaf Hengelo en Enschede.

Per trein[bewerken]

Thalys

Er zijn enkele goede internationale treinverbindingen met Nederland:

  • Breda, Rotterdam, Schiphol en Amsterdam zijn vanuit Parijs, Brussel en Antwerpen snel en comfortabel bereikbaar met hogesnelheidstrein de Thalys of Beneluxtrein. Komend met hogesnelheidstrein Eurostar vanuit Londen, kan men in Brussel direct op de Thalys overstappen.
  • Vanuit Frankfurt, Bonn, Keulen, Düsseldorf, Duisburg en Oberhausen rijdt een hogesnelheidstrein (ICE) naar Arnhem, Utrecht en Amsterdam, maar dit traject wordt in Nederland over regulier (langzamer) spoor afgelegd.
  • Vanuit Berlijn rijdt via Hannover, Osnabrück, Rheine en Bad Bentheim een IC-trein van Deutsche Bahn naar Hengelo, Almelo, Deventer, Apeldoorn, Amersfoort en Amsterdam.
  • Vanuit onder andere Kopenhagen, München, Praag, Warschau en Zürich rijden tenslotte een aantal nachttreinen naar Arnhem, Utrecht en Amsterdam.
  • zie verder de reisplanner van Deutsche Bahn, waarop ook regionale grensoverschrijdende treinverbindingen bij Nieuweschans, Enschede, Venlo, Roermond en Heerlen te vinden zijn.

Per bus[bewerken]

Er zijn (internationale) lijnbusdiensten van en naar verschillende Europese steden. Een grote aanbieder van internationale lijnbusdiensten is 'Eurolines'. (Internationale) aankomst-/vertrekhaltes zijn te vinden in:

Een indirect gevolg van de Bosnische oorlog in de jaren '90 is dat nu busbedrijven de voormalige Bosnische vluchtelingen bedienen. Daarmee verzorgen zij ook een goedkope lijndienst naar de andere kant van het Europese continent. Semi tours rijdt drie keer per week van verschillende plaatsen in Bosnië direct naar Nederland en België.

Vervoer met de touringcar is relatief veilig. In Nederland vielen in 2009 720 dodelijke slachtoffers in het verkeer, waarvan 7 in de categorie "overig", waar touringcars toe worden gerekend (naast ander overig verkeer).

Op een groot aantal plekken wordt de Nederlands-Duitse grens overschreden door regionale of zelfs lokale busdiensten. Ook deze staan in beginsel in de reisplanner van Deutsche Bahn. Ze zijn veelal ook te vinden in de dienstregelingen van de regionale busbedrijven in Nederland.

Zie ook Busreizen in Europa

Per auto[bewerken]

E19 / A16 bij grensovergang Hazeldonk

Veel gebruikte routes om in Nederland te komen zijn de volgende snelwegen:
Vanuit België:

  • De E19 / A16 van Antwerpen naar Breda en Rotterdam of Utrecht, of de iets westelijker liggende nieuwere verbinding A12 / A4 welke via Bergen op Zoom ook naar de regio Rotterdam leidt. Deze laatste verbinding kan vanuit Brugge of Lille (Rijsel)/Gent bereikt worden via de Liefkenshoek toltunnel.
  • De E34 / A67 van Antwerpen naar Eindhoven
  • De E25 / A2 van Luik naar Maastricht en noordelijkere richtingen.

Vanuit Duitsland:

  • De (BAB) 30 / A1 van Osnabrück naar Hengelo en Amsterdam
  • De (BAB) 3 / A12 van Duisburg naar Arnhem en Utrecht
  • De (BAB) 61 / A74 en (BAB) 40 / A67 van Mönchengladbach en Duisburg naar Venlo en Eindhoven
  • De (BAB) 4 / A76 van Aachen (Aken) naar Heerlen en noordelijkere richtingen.

Regelmatig wordt tegenwoordig met afzonderlijke borden de route naar Amsterdam aangegeven, ook op snelwegen die niet naar Amsterdam leiden.

Per boot[bewerken]

Europoort, gezien vanaf ferryboot naar Hull
  • Stena Line biedt de mogelijkheid om van Harwich naar Hoek van Holland te reizen. Duur 6u30 (dag- en nachtboot). Deze verbinding sluit zowel in Engeland als ook in Nederland aan op het spoorwegnet, met onder andere directe aansluitingen naar Londen en Rotterdam en Amsterdam.
  • P&O Ferries biedt de mogelijkheid om van Hull naar Rotterdam te reizen. Duur circa 11 uur (alleen nachtboot).
  • DFDS Seaways biedt de mogelijkheid om van North Shields nabij Newcastle naar IJmuiden te reizen. Duur circa 16 uur (alleen nachtboot).
  • Van diverse Duitse bestemmingen naar Nederlandse bestemmingen kan ook nog via een Rijncruise gereisd worden. Dit zijn gewoonlijk all-in meerdaagse reizen, die worden aangeboden via tour-operators.

Fietsen en Wandelen[bewerken]

De Dollard-route verbindt Noord-Duitsland met Noord-Nederland.

Dankzij de meestal hooguit zeer geringe hoogteverschillen en de uitgebreide voorzieningen is het ook voor niet heel geoefende fietsers en wandelaars mogelijk vanuit België/Noord Frankrijk, Duitsland of zelfs vanuit Engeland naar Nederland te reizen. Fietsers kunnen hierbij bijvoorbeeld gebruik maken van het door Vlaanderen en Nederland gedeelde bewegwijzerde LF-route (Lange afstand Fietsroute) netwerk. De LF1 Noordzeeroute loopt zelf vanaf Boulogne-sur-Mer in Frankrijk naar Nederland door.

Vanuit het oosten is het onder andere mogelijk om van Berlijn naar Nederland te fietsen, de Duitse R1 sluit via de LF40 aan op de LF4 Midden-Nederlandroute naar Arnhem, Utrecht en Den Haag. Als land aan de Noordzee ligt Nederland ook op de route van de North Sea Cycle Route. Via de frequente ferry-verbinding Hoek van Holland-Harwich, sluit deze route het Britse National Cycle Network ook aan op de Nederlandse LF-routes (zie verder Northsea-cycle.com en Sustrans over National Cycle Network).

Zie voor meer informatie over LF-routes ANWB over LF-routes.

Voor wandelaars bestaat er een netwerk van Lange-Afstand-Wandelpaden, welke onder andere aansluiten op Vlaamse Groteroutepaden (zie groteroutepaden.be).

Rondom alle fiets en wandel-netwerken bevinden zich in de regel diverse hotels, kampeerterreinen en budget accommodaties, zeker in België.

Rondreizen[bewerken]

Openbaar Vervoer[bewerken]

Binnen Europa is het Nederlandse Openbaar Vervoer van redelijke kwaliteit. De trein heeft duidelijk de hoofdrol, in principe is dit altijd het vervoersmiddel om iets langere afstanden te overbruggen. Informatie over de planning van alle openbaar vervoer is te vinden via 9292 OV.

OV-chipkaart[bewerken]

Kaartlezer voor in- en uitchecken

In Nederland kan met trein, tram, metro en bus met de OV-chipkaart (OV = Openbaar Vervoer) worden gereisd. Soms is dit de enige mogelijkheid om van openbaar vervoer gebruik te maken. In de meeste gevallen is het toch nog mogelijk om met een papieren kaartje te reizen. Het principe van de OV-chipkaart is dat de reiziger steeds in- en uitcheckt en daarmee per afgelegde afstand betaalt. In bussen en trams moet worden ingecheckt bij instappen en uitgecheckt bij uitstappen. Voor trein- en metroreizen checkt de reiziger in als deze het station binnengaat, dan wel op het perron en wordt aldaar op het bestemmingsstation ook weer uitgecheckt. Op een OV-chipkaart kan een saldo geladen zijn, maar ook een product zoals een abonnement.

Zoals de naam al zegt zit in de OV-chipkaart een chip die draadloos kan worden uitgelezen en gewijzigd (opladen/afboeken). De kaart dient daartoe op korte afstand van de kaartlezer te worden gehouden, totdat er een geluidssignaal klinkt en het groene lampje oplicht.

Sommige treinstations en verreweg de meeste metrostations zijn van 'automatische' poortjes voorzien die met de OV-chipkaart geopend kunnen worden, en daarmee wordt dan tevens de in- of uitcheck-handeling verricht. Als deze poortjes ontbreken, zijn er op tal van plaatsen kaartlezers aanwezig om in en uit te kunnen checken.

In de bussen en trams zijn bij alle in- en uitgangen kaartlezers om in en uit te checken.

Er zijn diverse kaartsoorten:

  • Een wegwerp-OV-chipkaart met bijvoorbeeld een dagkaart voor het hele net van een openbaar vervoerder. Deze kaartsoort is maar bij een beperkt aantal openbaar vervoerbedrijven verkrijgbaar.
  • Een anonieme OV-chipkaart (ook wel onpersoonlijke OV-chipkaart of niet persoonsgebonden OV-chipkaart genoemd) is maximaal vijf jaar geldig en moet steeds van voldoende saldo worden voorzien via opladen om ermee te kunnen reizen (Let op, ook een nieuw aangeschafte kaart moet eerst nog worden opgeladen!). Een anonieme OV-chipkaart is per reis maar door één persoon tegelijk te gebruiken, maar is wel weer overdraagbaar aan een ander voor een reis op een ander moment. Met een anonieme kaart is geen leeftijd-gebonden tarief mogelijk.
  • Daarnaast is er een persoonlijke OV-chipkaart te bestellen, die alleen door de houder kan worden gebruikt voor reizen en al dan niet automatisch kan worden opgeladen. Bij de aanvraag moet een paspoort of ID-kaart getoond worden. Op die manier kan ook het reistarief worden afgestemd op de leeftijd van de houder.
Kopen en opladen[bewerken]

Anonieme kaarten zijn vrij uitgebreid verkrijgbaar. In ieder geval voor trein- en metroreizigers en binnen winkelcentra. Zo kunnen deze kaarten worden aangeschaft via alle verkoopautomaten van de Nederlandse Spoorwegen en van de Amsterdamse en Rotterdamse metro (respectievelijk GVB en RET). Ook veel supermarkten, tabaksshops en Bruna boekwinkels hebben verkooppunten. Qua lokale openbaarvervoersbedrijven kan de reiziger in de regel helaas louter en alleen terecht bij de servicepunten van deze bedrijven. Ook op veel grotere bus- en tramhaltes ontbreekt een verkooppunt alsmede een oplaadpunt.

Verkoopppunten van kaarten tellen vaak ook oplaadautomaten waarmee de kaart vervolgens van saldo kan worden voorzien. Binnenin veel bussen is ook wel een oplaadautomaat (maar die is dus alleen om saldo aan te vullen op een al aangeschafte en opgeladen kaart waarmee eerst de bus is binnengekomen!).

Persoonsgebonden kaarten kunnen besteld worden via Ov-chipkaart.nl.

Per trein[bewerken]

Logo NS

Nederland kent met een een spoordichtheid van circa 57m per km2 een treinnetwerk dat beduidend minder uitgebreid is dan in de meeste West- en Centraal-Europese landen. Wel is de treinfrequentie op alle trajecten vrij hoog. Voor wie enigszins rekening houdt met verstoringen en vertragingen, is de trein een redelijk comfortabel en betaalbaar vervoermiddel. Het belangrijkste knooppunt van de Nederlandse Spoorwegen is het Centraal Station van Utrecht, waar praktisch iedere trein langs rijdt, zo lijkt het.

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hebben frequente rechtstreekse treinverbindingen met elkaar en met de meeste andere grote steden in het land. Een rit van Amsterdam naar Groningen duurt iets minder dan 2,5 uur en van Amsterdam naar Maastricht is een vergelijkbare reistijd. Reistijden tussen steden buiten de Randstad kunnen aanzienlijk langer zijn (Groningen - Vlissingen circa 4,5 uur; Enschede - Maastricht 3 uur 40 min; Enschede - Groningen 2,5 uur). Als er een spoorverbinding is tussen twee plaatsen, dan rijdt minstens één keer per uur een trein, maar meestal vaker. In de regel kan gekozen worden tussen enerzijds intercity's die vooral bij grotere stations stoppen en sprinters die iedere halte aandoen.

Het leeuwendeel van het personenvervoer wordt uitgevoerd door NS reizigers. In het oosten en noorden wordt de treindienst op een aantal regionale lijnen verzorgd door Arriva, Connexxion en Veolia. (zie voor een overzicht van het netwerk op [3].)

Treinkaartjes zijn te kopen op elk station. Bij de balie wordt een toeslag van 50 cent in rekening gebracht boven op de prijs bij een automaat. Op internet worden overtollige kaartjes verkocht op Marktplaats.nl

NS-nachtnet[bewerken]

Dagelijks rijden er van 1.00 tot 4.00u treinen tussen Rotterdam CS, Delft, Den Haag HS, Leiden, Schiphol, Amsterdam CS en Utrecht CS. Per december 2007 rijden er ook nachttreinen op de nachten na vrijdag en zaterdag tot ongeveer 2.30u vanaf Rotterdam via Dordrecht, Breda en Tilburg naar Eindhoven, vanaf Utrecht via 's-Hertogenbosch naar Eindhoven en een pendel tussen 's-Hertogenbosch en Tilburg. Een treinkaartje (dagretour) is maximaal 28 uur geldig, namelijk tussen 0.00 uur de dag van aankoop en 4.00 uur de dag er op.

Grootstedelijk openbaar vervoer[bewerken]

(Randstadrail) metrolijn E
Zuidtangent op Station Hoofddorp.

Helaas is het in Nederland nog niet echt gelukt om de grootste steden met elkaar te verbinden met echte stadsregionalen Openbaar Vervoerssystemen, al is de situatie meer plaatselijk soms wel verbeterd, in ieder geval in de Randstad. Hier worden reizigers frequent bediend door de volgende netwerken:

  • De regio's Den Haag, Rotterdam en Zoetermeer zijn pas sinds enkele jaren min of meer wel met elkaar verbonden door middel van Randstadrail, dat bestaat uit een combinatie van 1 snelbuslijn, 3 "sneltram"-lijnen en 1 metrolijn die weer aansluit op de overige metro's van de regio Rotterdam.
  • De regio's Amsterdam (plattegrond netwerk) en Rotterdam (plattegrond netwerk) bezitten beide een, grotendeels bovengronds, metronetwerk. In beide gevallen bestaat dit uit slechts enkele lijnen.
  • Rond de zuidrand van Amsterdam sluit het snelbus-netwerk van de Zuidtangent op de metro aan. Verder verzorgen de bussen relatief snelle en comfortabele verbindingen van en naar Schiphol, Haarlem en de Haarlemmermeer.
  • De agglomeraties Amsterdam, Den Haag en Rotterdam kennen elk een uitgebreid lokaal tramnetwerk dat in Den Haag aansluit op de randstadrail.

Per bus[bewerken]

Over de wat kortere afstanden kan men een streek- of stadsbus(lijn) nemen, op de lange afstand is de trein bijna altijd sneller. In een enkel geval kan een streekbus tijdwinst opleveren, bijvoorbeeld tussen de kop van Noord-Holland (Alkmaar en noordelijker) en Friesland via de Afsluitdijk. De lijnbussen zijn ook een aanvulling op de spoorwegen in de zin dat ze naar plaatsen zonder stations rijden. Met een abonnement of dagkaart en wat planning, kan veel van de omgeving met de bus verkend worden, aangezien de buslijn-netwerken het meest fijnmazig zijn.

Halteplaatsen zijn altijd duidelijk gemarkeerd met borden waarop informatie over de stoppende buslijn te vinden is. In principe stopt de bus alleen als dit vanaf de halte aangegeven wordt door duidelijk de hand uit te steken.

Boot (Ferry)[bewerken]

Waterbus in Rotterdam

Er zijn enkele trajecten die een regelmatige (Fast) Ferry-verbinding kennen, zoals de Waterbus van Rotterdam naar Dordrecht of via Ridderkerk (overstap) naar de beroemde molens van Kinderdijk. Ook toeristisch is dit zeker een heel leuk alternatief voor trein en/of bus.

Verder is Nederland een land vol rivieren, kanalen, meren en plassen. Van Friesland tot Zeeland en Noord-Holland tot Limburg, overal zijn watersportmogelijkheden en -faciliteiten.

Vooral in de zomerperiode zijn er diverse toeristische langere afstand veerverbindingen over het IJselmeer en over de Zeeuwse en Zuid-Hollandse estuaria. Ook over de Waddenzee varen dan meer veren. Overigens wordt gedurende het hele jaar in principe wel dagelijks enkele malen van het vaste land naar de diverse, geheel los liggende Waddeneilanden gevaren.

Trein en eigen vervoer[bewerken]

Op veel treinstations zijn enkele voorzieningen om over te stappen van trein op aansluitend eigen vervoer. Zo hebben grotere stations bewaakte fietsenstallingen, die ook fietsen verhuren. Daarnaast zijn stations voorzien van parkeerplaatsen en/of "ophaal- en brengvoorzieningen" voor auto's. Ook hebben de meeste stations een taxi-standplaats. Dit alles wordt met wegwijzers aangegeven binnenin/op de stations. Zie verder NS over aansluitend eigen vervoer en zie ook hieronder bij "Fietsen en Openbaar Vervoer".

Per auto[bewerken]

Door heel het land ligt een fijnmazig netwerk van goed onderhouden en geavanceerde snelwegen, voorzien van de nodige technologische extra's. Veel snelwegen bestaan per richting uit 3 of nog meer rijstroken en zijn voorzien van verlichting. Helaas is ook het verkeersaanbod erg groot, waardoor toch regelmatig files ontstaan. Vooral in de spits, ongeveer van 07:00-10:00 uur en van 16:00-19:00 uur, lopen de wegen vaak vast nabij grotere steden en/of knooppunten. Soms wordt elektronisch een alternatieve route gesuggereerd, meestal over een andere snelweg. De file vermijden via niet snelwegen is vaak geen optie, aangezien andere Nederlandse wegen in de regel puur lokale wegen zijn met veel stoplichten en/of ander oponthoud.

Maximumsnelheid[bewerken]

Voor de maximum snelheid zijn er enkele algemene regels (zoals dit ook bij grensovergangen wordt aangegeven):

Zone Maximumsnelheid
(km/u)
Snelweg 130 (waar aangegeven 120 of 100 of 80)
Autoweg 100
Buiten bebouwde kom 80 (soms 100)
Smalle wegen, meestal in landelijk gebied 60
Binnen bebouwde kom 50
Woonwijk 30
Woonerf 15

Bij wisselende verkeersdrukte worden vooral op de snelwegen matrixborden gebruikt, die een maximumsnelheid aangeven. Waar het extra druk is en/of waar aan de weg gewerkt wordt (vooral in het westen) geldt op de snelweg een maximum van, 120, 100 of soms zelfs 80 km/u. Op onder andere de A2, A12 en A13 gebruikt men trajectcontrole, dus de gemiddelde snelheid over het traject wordt gemeten zodat even afremmen bij de flitspaal daar geen zin heeft. Met alle verschillende snelheden, die elkaar vaak zelfs onverwachts' snel afwisselen, is het tegenwoordig behoorlijk onduidelijk wat ter plekke de limiet is. Waar matrixborden boven de weg de snelheid niet aangeven is het advies goed op "traditionele" borden te letten!

Waar 100 km/u is toegestaan op een autoweg (buiten de bebouwde kom), is dit aangegeven door een groene baan tussen de dubbele doorgetrokken of onderbroken middenstrepen.

Een automobilist, rijdend op een 80 km/u weg (buiten de bebouwde kom), moet bij het naderen van een dorp of stad, bedacht zijn op snelheidsbeperkende maatregelen door bijvoorbeeld verkeersdrempels of een wegversmalling. Waar onderbroken kantstrepen aanwezig zijn en de middenstreep ontbreekt, meestal op smalle wegen, is niet 80 maar 60 km/u het maximum.

Wees ook op al deze niet snelwegen bedacht op plaatselijke verlagingen van de algemene regel, die met normale verkeersborden en op de grotere wegen soms ook met matrixborden boven de weg worden aangegeven! Maximumsnelheden worden in de regel overal met radar gecontroleerd en ook staan veel flitspalen langs de weg, op vaste plaatsen en op wisselende plaatsen.

Fietsen[bewerken]

LF-routebordje
Fietsknooppunten- netwerken.
Paddenstoel

De fiets is in Nederland een veelgebruikt vervoermiddel. Er lopen veel fietspaden door Nederland. Soms langs dezelfde route als de snelweg, maar ervan gescheiden, of langs doorgaande wegen, maar ook vaak apart, al of niet, als recreatief fietspad. Er zijn aparte wegwijzers voor wielrijders in twee basisvormen: Een kleinere variant op de bekende wegwijzers in wit met rode tekst, met een fietssymbool achter de plaatsnamen. Buiten stedelijke gebieden wordt de fietser daarnaast soms ook de weg gewezen door de zogenaamde ANWB Paddenstoel, een verdikt vierkant bovenstuk op een laag zuiltje, met plaatsnamen en afstanden op de zijden. Specifiek toeristische/recreatieve fietsroutes worden bewegwijzerd met groene tekst.

Verschillende organisaties, zoals het Landelijk Fietsplatform zetten speciale bewegwijzerde fietsroutes uit. De LF-routes (Lange afstand Fietsroutes) vormen binnen Nederland een netwerk van 6500 km, genoeg voor weken fietsvakantie. Deze routes worden onderscheidend bewegwijzerd met de code LF en met groene tekst. (zie voor meer informatie over de diverse routes ANWB over LF-routes.)

Een relatief nieuwe variant toeristische bewegwijzering die is overgenomen vanuit Vlaanderen, vormen de fietsknooppuntennetwerken. Hierbij wordt niet van plaats naar plaats maar van knooppunt naar knooppunt gefietst waarbij de knooppunten elk een eigen nummer hebben. Bij de meeste knooppunten staan panelen met een kaart van het regionale knooppuntennetwerk. Vanaf daar kan de fietser dus door een paar nummers te noteren een hele route uitstippelen, al of niet met aansluiting op een aangrenzend knooppuntennetwerk. (zie verder planjeroute.nl)

Binnen grotere steden zijn diverse particuliere bedrijven die fietsen verhuren en zijn in veel stadscentra particuliere bewaakte fietsenstallingen te vinden. Zie onder andere: Fietsliefhebber en/of Fietsverhuur startpagina. (zie ook Onder Fietsen en Openbaar Vervoer.)

Fietsenmakers zijn door het hele land te vinden, in verreweg de meeste gevallen binnen een straal van enkele kilometers.

Fietsen en openbaar vervoer[bewerken]

Typisch Nederlandse bouw.

Er zijn bij honderd treinstations bewaakte en/of onbewaakte fietsenstallingen, waar ook fietsen verhuurd en gerepareerd worden. In de meeste plaatsen is er wel een rijwielzaak voor onderdelen van en reparaties aan fietsen. Buiten de spits is het beperkt mogelijk om fietsen met de trein in een aparte ruimte mee te nemen, hiervoor moet een speciaal kaartje worden gekocht. De voorwaarden zijn te vinden op de webpagina van de NS. Overigens kan een opgevouwen vouwfiets altijd meegenomen worden als handbagage.

De NS werkt samen met fietsenstallingen op stations in OV fiets. Met een abonnement op OV fiets kunnen reizigers goedkoop op veel stations in Nederland een fiets huren. 20 uur een fiets huren kost ongeveer €3,00. Fietsen hoeven niet gereserveerd te worden. OV fiets biedt een goede mogelijkheid om lokaal flexibel rond te reizen, zeker naar plaatsen waar het openbaar vervoer niet al te goed is. Nadeel is dat de huurfiets binnen openingstijden van de stalling teruggebracht moet worden, en dat is niet altijd middernacht.

In de regios Amsterdam, Rotterdam en Den Haag kan de fiets buiten de spits ook gratis meegenomen worden in de metro en/of Randstadrail.

Wandelen[bewerken]

Wandeling langs Langboekerwetering bij Wijk bij Duurstede.

Nederland lijkt redelijk volgebouwd. Het is echter goed mogelijk om te voet rondtrekkend door het hele land te genieten van de rust. Er zijn meer dan tien lange-afstand paden in Nederland. Het beroemdste traject is waarschijnlijk het Pieterpad tussen Pieterburen (Groningen) en de Sint Pietersberg bij Maastricht (Limburg). Maar ook het Floris V-pad in het westen van het land is een prachtig pad dat langs mooie, rustige en pittoreske plaatsjes leidt. Zie verder Webpagina Wandelplatform-LAW

Met de duim (liften)[bewerken]

In algemeen kan in Nederland redelijk tot goed worden gelift. Liften in kleinere (plattelands)gemeenten of langs niet-auto(snel)wegen is vanzelfsprekend langzamer dan via de autosnelweg, maar over het algemeen stoppen hulpvaardige automobilisten daar juist vaker. Bedenk wel dat het snel over lange afstanden verplaatsen bemoeilijkt wordt door het grote aantal verkeersklaverbladen en 'fly-overs' (ongelijkvloerse kruisingen van snelwegen).

Benzinepompstations aan auto(snel)wegen zijn vaak goede punten om meegenomen te worden. Aan het begin van opritten waar het verkeer naar de auto(snel)weg wordt geleid is liften officieel niet toegestaan maar in algemeen wel gedoogd, zeker vóór het bordje met het verkeersteken autoweg/autosnelweg. Lift dan wel op een plek in de berm waar auto's/wagens afremmen of nog langzaam rijden en het voor chauffeurs/bestuurder mogelijk is om kort te stoppen en iemand snel in te laten stappen. Ook verkeerslichten en (kleinere) rotondes bieden mogelijkheden.

Er is een aantal officiële liftershalte(s) (lift-stops) in zes grotere steden in Nederland:

Amsterdam[bewerken]

  • Prins Bernhardplein, nabij NS Station Amsterdam Amstel (aan de oostzijde van de rivier Amstel) (na de bushaltes). Leidt naar de oprit van de S112 van de Amsterdamse ringweg A10, richting A1-E231 /A2-E35. Dit punt is vooral aanbevelenswaardig voor de richtingen Midden- en Oost-Nederland. Voor andere richtingen/routes probeer ook alternatieve punten.
Alternatieve liftpunten / andere richtingen:[bewerken]

(Aanbevelenswaardig voor de richtingen West- en Zuid-Nederland)

  • Amstel (aan de westzijde van de rivier Amstel) bij de verkeerslichten/Utrechtsebrug en nabij het beginpunt/eindstop van Tramlijn 25. Leidt naar de oprit S111 van de Amsterdamse ringweg A10, richting A2-E35-E25 / A1-E231.
  • Oprit S109 van de Amsterdamse ringweg A10, nabij NS Station RAI (RAI Beurzen en Congres Centrum; speciaal wanneer er grote evenementen of congressen zijn). Leidt naar de oprit S109 van de Amsterdamse ringweg A10, richting A2-E35-E25 en A4-E19.

Den Haag[bewerken]

Liftster bij liftershalte in Den Haag
  • Utrechtsebaan / Boslaan nabij de noordzijde van het Malieveld, bij het begin van de A12-E30 richting Utrecht. Ook mogelijkheden richting A4-E19 Delft-Rotterdam en Leiden-Amsterdam
Alternatieve liftpunten / andere richtingen:[bewerken]
  • Hoek noordwest-zijde van het Malieveld/kruising Zuid-Holland-laan/Utrechtse baan/Benoordenhoutseweg, richting Leidsestraatweg/N44/A44 naar Leiden en Amsterdam.

Groningen[bewerken]

  • Emmaviaduct (200m west van Groningen Centraal Station), aan de weg naar de A28
  • Europaweg, (500m west van de IKEA) om de A7 of de A28 op te komen.

Nijmegen[bewerken]

  • Graafseweg (N326 Venlo en Den Bosch), aan de grote en bekende rotonde bij het Nijmeegse centrum (verkeersplein) Keizer Karelplein
  • nabij de Waalbrug/voor de brug in de richting Arnhem,
  • aan de Annastraat, nabij de Radboud Universiteit (RU) (v/h Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN))/Universitair Medisch Centrum (UMC).
Alternatieve liftpunten / andere richtingen:[bewerken]
  • Graafseweg (N326 Venlo en Den Bosch), aan de rotonde bij het Nijmeegse wijkwinkelcentrum Dukenburg en NS-/Busstation Dukenburg. Eventueel ook mogelijkheden (voor knooppunt Lindenholt) richting A73-E31 Venlo en Rotterdam.

Utrecht[bewerken]

  • nabij benzinepomp-station en oprit naar de Waterlinieweg en nabij 'De Galgewaard'-voetbalstadion, richtingen noord naar A27 / A28, zuid naar A2 / A12 / A27.

De liftstop in Maastricht bij het begin/oprit van de A2-E25 nabij het voetbal-stadion 'De Geusselt', is in 2012 helaas verdwenen in verband met grote wegwerkzaamheden.

Per vliegtuig[bewerken]

Er zijn binnenlandse vluchten, maar deze worden vrijwel alleen voor zakelijk verkeer gebruikt. De afstanden zijn gewoonweg te kort om vliegen te kunnen verantwoorden.

Een vlucht naar of van Bonaire wordt niet als een binnenlandse vlucht afgehandeld omdat Caribisch Nederland buiten het verdragsgebied van Schengen valt.

Taal[bewerken]

Nederlands is de officiële taal van heel Nederland en Fries is officieel in Friesland. Daarnaast zijn er nog enkele streektalen met een semi-officiële status. Het Nederlands wordt (ook in Friesland) door nagenoeg iedereen gesproken. In zijn gesproken vorm is het Nederlands enigszins te vergelijken met het Fries, maar ook met het Duits en andere Germaanse talen. Indien er langzaam gesproken wordt kan de bedoeling voor niet Nederlandstaligen enigszins begrepen worden. Verder hebben veel streken en steden in Nederland hun eigen dialecten.

De Nederlanders behoren tot de meest vloeiende sprekers van vreemde talen in Europa. In de regel zullen Nederlanders ook heel snel laten blijken dat ze bijvoorbeeld ook Engels spreken. Buitenlanders die toch een beetje Nederlands willen oefenen, moeten dat hierdoor soms misschien zelfs expliciet aangeven. De meest gesproken buitenlandse talen in Nederland anno 2017 zijn Engels en Duits. Over het algemeen zit het met de kennis van de Engelse taal beter dan de Duitse, maar met beide talen kan men redelijk terecht. Daarnaast worden er ook wel Romaanse talen gesproken, vooral de oudere generatie kan zich redelijk verstaanbaar maken in het Frans en bij de jongere generatie is tegenwoordig ook het Spaans een vrij populaire taal.

Door immigrantengemeenschappen en het diverse aanbod aan talen op middelbare scholen is het als reiziger wellicht zelfs mogelijk om met nóg exotischere talen rond te komen. Zo kan in de grote steden op veel plaatsen mogelijk ook Arabisch en Turks gesproken worden. Tenslotte onderwijzen docenten op Nederlandse gymnasia in Russisch, Oudgrieks en Latijn.

Bekijken[bewerken]

Overzichtskaart van de Deltawerken
Sluiten van het laatste gat in de Afsluitdijk
Groninger museum
Gemeentemuseum DenHaag

De meeste toeristen bezoeken de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht of de kust. Er zijn echter door het hele land tal van bezienswaardigheden.

Eén van de belangrijkste Nederlandse exportproducten zijn bloemen. Wanneer de oorspronkelijk uit Turkije afkomstige tulp in het voorjaar uitkomt, zijn de tulpenvelden in de Bollenstreek prachtig om te zien. Ook het jaarlijkse bloemencorso dat bestaat uit met bloemen versierde praalwagens is bezichtiging waard.

Steden als Alkmaar en Edam in de provincie Noord-Holland staan bekend om hun kaas. De kaasmarkten worden massaal bezocht door toeristen van over de hele wereld.

Musea[bewerken]

Musea met realistische en figuratieve schilderkunst[bewerken]

  • Museum de Buitenplaats Eelde [4]
  • Rembrandthuis Amsterdam [5]
  • Van Gogh Museum Amsterdam [6]
  • Mauritshuis Den Haag [7]
  • Singer laren [8]
  • Museum Møhlmann Appingedam [9]

Overige musea[bewerken]

De diverse steden huisvesten talloze grotere en kleinere musea, welke een bezoek meer dan de moeite waard zijn. Meer informatie over de uiteenlopende musea en de landelijke museumkaart, met welke de toegang vaak gratis is, is te vinden op Museum.nl. Hieronder een slecht zeer beperkte opsomming:

  • Het grote Rijksmuseum Amsterdam zal medio 2013, na jarenlang geheel en vervolgens nog gedeeltelijk voor verbouwing gesloten te zijn, weer geheel worden geopend. Het nabij gelegen Stedelijk Museum ging 2012 al open. Beide musea kunnen gezien (te verwachte) drukte in 2013 wel het best buiten het weekend bezocht worden.
  • Haarlem bezit het oudste nog originele museumgebouw van Nederland, het Teylers museum.
  • Veel moderne kunst is in het Boijmans van Beuningen in Rotterdam te zien.
  • Ook het Haagse gemeentemuseum stelt vooral moderne kunst tentoon. Hier direct naast ligt het meer op jeugdig en/of interactief ingesteld publiek gerichte Museon.
  • Voorbeelden van moderne interactieve (gezins)musea zijn ook Het Spoorwegmuseum in Utrecht en het Leidse Naturalis.
  • In het noorden is het Groninger museum van binnen en buiten bezienswaardig.
  • Middenin Park de Hoge Veluwe kan in de natuur van moderne kunst ervaren worden in het Kröller-Müller Museum.
  • Het Bonnefantenmuseum (Maastricht) is een van de grootste musea in het Zuiden.

Zoals in de meeste Europese landen zijn veel musea op maandag gesloten.

Waterbeheer[bewerken]

Nederland is bekend om zijn waterschapsmonumenten, zoals molens en ook dijken.

Omdat Nederland voor een heel groot deel onder de zeespiegel ligt, is er een constante strijd tegen het water. Zuid-Westelijk Nederland, met in het bijzonder de provincie Zeeland is het meest recent gevormd door deze strijd en bestaat voor het grootste deel uit eilanden welke dankzij de Deltawerken bij heftige stormen niet meer zo snel dreigen te overstromen. Deze geavanceerde dammen zijn sinds de grote watersnoodramp in 1953 vooral hier aangelegd, met als Zeeuws finale stuk de lange "natuur-sparende" Oosterscheldedam. Overigens telt ook Zuid-Holland nog de nodige imposante Deltawerken en zijn langs de hele kustlijn en langs binnenlandse grote waterpartijen na de watersnood dijken tot deltahoogte versterkt.

Meer Noordelijk is een groot deel van het land letterlijk zichtbaar bepaald door de Zuiderzeewerken. Wereldberoemd is de 30 kilometer lange dam de Afsluitdijk (dijk genoemd omdat de eerste plannen waren ook daarachter een droogmakerij te realiseren), die in 1932 definitief een einde maakte aan de binnenzee die ver het land stroomde. Vooral binnen het vervolgens ontstane IJsselmeer is weer land aangewonnen. Door het besluit om rondom randmeren te aan te leggen, zijn de laatst gerealiseerde Flevopolders hiervan de meest zichtbare voorbeelden, zowel op de kaart als voor de reiziger die vanaf het "oude land" meestal over grote bruggen het "nieuwe land" bereikt. West-Nederland telt overigens diverse veel oudere waterbouwkundige "monumenten".

In totaal is ongeveer een vijfde van Nederland teruggewonnen van het water.

Doen[bewerken]

Buiten de vele bezienswaardigheden heeft Nederland ook tal van activiteiten te bieden aan de toerist. Omdat Nederland over veel rivieren, kanalen en meren beschikt, is het land geliefd bij watersporters. De Friese meren zijn met mensenhanden uitgegraven en de skûtsjes worden gebruikt voor wedstrijden. Als het in de winter vriest is dit een favoriete streek om te schaatsen. Beroemd is de bijna 200 kilometer lange Elfstedentocht. Behalve op de schaats wordt deze route ook te voet en per fiets, step en roeiboot afgelegd. Overigens transformeren bij vorst door heel het land sloten en eventueel ook grotere wateren tot schaatsbanen.

De oostelijk gelegen provincies Drenthe, Gelderland en Limburg zijn geliefd om hun natuur.

De stad Utrecht is wereldberoemd om zijn 112 meter hoge Domtoren. Dit is de hoogste middeleeuwse kerktoren van Nederland. Onder begeleiding van een gids is het mogelijk om via 465 traptreden tot bovenin de toren te komen.

De oude stad Nijmegen in de provincie Gelderland, niet ver van de Duitse grens, is wereldberoemd om de vierdaagse. Wandelaars van over de hele wereld lopen mee in deze marathon. Ook elders in Gelderland zijn wereldberoemde wandelevenementen, waaronder de Airborne Wandeltocht in de omgeving van Oosterbeek.

Kopen[bewerken]

Biljet van 10 Euro

De nationale munt is de euro (€), verdeeld in 100 cent, welke gebruikt wordt in het overgrote deel van de landen van de EU. Anno januari 2013 is de euro ongeveer 1,33 USD waard.

De bankbiljetten zijn in alle landen die de euro gebruiken hetzelfde. De munten zijn aan de "kopzijde" verschillend en mogen per land bepaald worden. In Nederland staat op de kopzijde een profiel van het hoofd van de regerend vorst op de munt (tot 2013 Koningin Beatrix, vanaf 2013 Koning Willem-Alexander).

Er zijn bankbiljetten van 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro. Biljetten van 500 en 200 worden, behalve door banken, zelden geaccepteerd. Munten zijn er van 5, 10, 20 en 50 cent en van 1 en 2 euro. Ook bestaan er nog 1 en 2 cent stukken welke in de praktijk weinig worden gebruikt. Op de meeste plaatsen worden deze muntjes niet meer geaccepteerd en in de regel worden de prijzen dan dus afgerond.

Kopen in Nederland gebeurt overigens meer en meer elektronisch in de vorm van zogenaamde pinpas-betalingen ("pinnen"). Vanaf 2012 dient een pinpas in plaats van een magneetstrip een chip te hebben. Met een Maestro betaalkaart kan in nagenoeg alle winkels, cafés, restaurant's en hotels betaald worden. Ook kan met een dergelijke kaart van te voren geld opgenomen worden bij een van de vele geldautomaten (ATM's), deze zijn in praktisch elk iets groter dorp al te vinden. Geldautomaten kunnen tegenwoordig desgewenst ook in het Engels bediend worden. Voor alle veiligheid is het advies wel om altijd goed de instructies te volgen die op het beeldscherm van de automaat worden aangegeven (bij een ongebruikelijke situatie, geen transactie uitvoeren en liefst natuurlijk de bank of de politie waarschuwen!).

Internettransacties zijn als Nederlander ook gemakkelijk. Er is echter nog géén groot netwerk van mobiel betalen via Near-Field-Communication, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Japan. Afdingen is in Nederland zeer ongebruikelijk.

De prijzen zijn, behalve voor niet-Europeanen, ook voor veel Europeanen aan de hoge kant. Weinig is goedkoper dan het Europees gemiddelde en de benzine is de duurste ter wereld, mede door de regelmatig verhoogde accijnzen. Auto's zijn eveneens duur. Toch zijn de voedselprijzen, zeker in verhouding tot Scandinavië, relatief gunstig.

Winkelsluiting[bewerken]

Het typisch Nederlandse warenhuis HEMA

Traditioneel openen Nederlandse winkels tussen 09:00-10:00 uur hun deuren om tot ongeveer 17:30-18:00 uur open te blijven, uitgezonderd zondag en maandagochtend. Afhankelijk van de gemeente is op donderdag of vrijdag dan nog een zogenaamde koopavond georganiseerd tot 21:00 uur. De laatste decennia zijn deze vrij strikte tijden heel snel verruimd en nu zijn bijvoorbeeld supermarkten heel vaak nog dagelijks tot 21:00 uur open om vervolgens de volgende dag om 08:00 uur alweer winkelpubliek te verwelkomen.

Verder is op zon- en een aantal feestdagen de huidige supermarkt op veel plaatsen gewoon een aantal uren open. Ook veel warenhuizen, bouwmarkten en meubelwinkel-ketens hebben hun openingstijden verder verruimd. Bovendien zijn er praktisch in alle gemeenten een aantal koopzondagen georganiseerd waarop alle winkels 's middags open kunnen zijn. In de grootste steden alsmede in een aantal hele toeristische plaatsen, kan elke zondag gewinkeld worden.

Een aantal soort particulieren bedrijven, zoals fietsenmakers, zijn in plaats van een ochtend een extra hele dag gesloten, in de regel op maandag, maar ook soms op dinsdag.

Een andere categorie tenslotte zijn de supermarkt-achtige winkels en bakkers van mensen van niet Nederlandse origine. Al sinds deze het winkelaanbod verrijken, wijkt de openstelling af van de "Christelijke" sluitingstijden en ook deze bedrijven zijn dus op zondagen actief.

Markten[bewerken]

Elke iets grotere plaats heeft wel een dag in de week (waren)markt. Deze begint al vrij vroeg in de ochtend om tot halverwege de middag volop in bedrijf te zijn. Rond 16:00 uur komt een eind aan de meeste marktdagen met het opbreken van de kramen. Dan wordt er nog wel op koopjes/laatste aanbiedingen gejaagd. In de grootste steden zijn meerdaagse markten.

Behalve groetenkramen, kunnen klanten van Nederlandse markten onder andere uiteraard ook een kraam vinden waar uiteenlopende soorten vis wordt verkocht en kunnen zij altijd voorproeven bij specialistische kaaskramen.

Eten[bewerken]

Eetgelegenheden[bewerken]

Een kroket
Haring geserveerd in een restaurant
Erwtensoep (snert) met spek
Tompouce

Het oude Nederlandse adagium dat eten vooral maagvulling is verdwijnt. Weliswaar neemt sinds de recente economische crisis het aantal cafés en restaurants wel af; Nederlanders vinden uit eten gaan vaak te duur. Vergeleken met de buurlanden is de kans helaas ook iets groter om een slechter restaurant te treffen, zo is de bediening wel wisselend.

In de regel is er echter best een goede plaats te vinden om te eten. In verreweg de meeste restaurants is wel een aantal vegetarische gerechten te verkrijgen, soms met vleesvervangers als tofoe.

De belangrijkste maaltijd is duidelijk de avondmaaltijd, welke traditioneel tussen 18:00 en 19:00 uur op tafel staat. Ook in Nederland wordt etenstijd weliswaar steeds meer aangepast aan de overige dagbesteding en daarmee schuift het avondeten op naar latere tijdstippen. Dit is zeker het geval in eetcafés en restaurants, waar in principe uitgebreider dan thuis van het avondmaal genoten wordt. Meestal sluit de keuken daar niet voor 21:00 uur (in steden soms nog wel later). De vroege eter kan wel al vanaf ongeveer 17:00 uur terecht voor de complete dinerkaart.

Wie overigens overdag al in een café of op een terras iets wil eten, komt zeker ook aan zijn trekken. De meeste "dagkaarten" bieden een keur aan broodjes, soepen en/of andere kleine maaltijden. Een nieuwe trend is het €1,00 ontbijt waarmee grote winkelketens vroege klanten verwelkomen.

Qua Nederlandse eetgelegenheden kan onder andere gekozen worden uit:

  • Eetcafés waar voor een gering bedrag, vaak onder €10,00, een dagschotel geserveerd wordt. Deze zijn vooral in studentensteden te vinden.
  • In hele toeristische regio's zijn, ook buiten de stad, veel gezinsvriendelijke pannenkoekenhuizen te vinden. Zoals de naam al zegt, kan hier de typisch Nederlandse pannenkoek worden geproefd. Vooral in de provincie Utrecht bevinden zich veel pannenkoekenhuizen.
  • Vooral langs de kust, zeker in vissershavens, komt de visliefhebber in specifieke visrestaurants uitgebreid aan zijn trekken. In de zomer wordt ook veel vis geserveerd in strandtenten.
  • Typisch voor Nederland zijn ook de kroket en de frikandel (al of niet "uit de muur") en patat frites met mayonaise (meestal niet de originele mayonaise maar de iets zoetere 'frietsaus'), die tegenwoordig naast vele andere snacks kunnen worden geconsumeerd in een snackbar, ook wel cafetaria genoemd. In de zomerperiode bewijzen dergelijke gelegenheden langs fiets- en wandelroute's overdag ook hun diensten als "koffie en/of ijs-terrassen".

Verder is vooral de keuze aan restaurants met een buitenlandse keuken groot:

  • Ieder dorp of stad heeft minstens één Chinees-Indonesisch restaurant, deze zijn enigszins verhollandst, maar toch worden ze zeer gewaardeerd. Veel uit de Indonesische keuken komt ook weer in de Nederlandse keuken voor. De nasischijf of de satékroket in de snackbar hebben hier bijvoorbeeld al invloeden van. De grootste steden bezitten een zogenaamd China Town, waar in diverse restaurants meer oorspronkelijk Chinees kan worden gegeten.
  • In de grotere steden zijn er gespecialiseerde Indonesische restaurants. Daarnaast zijn Indonesische toko's wijdverspreid.
  • Veel steden hebben ook landen-restaurants uit overig Azië en de rest van de wereld, zoals een Japans, Thais of Mexicaans restaurant.
  • Griekse/Turkse restaurants zijn vaak geroemd om hun lekkere gyros/shoarma en souvlaki.
  • De band met Suriname komt tot uitdrukking in Surinaamse toko's en (iets grotere) eethuizen.
  • Amerikaanse fastfoodketens zijn gemeengoed: er zijn overal McDonalds, Burger-Kings en KFC's.

Typische gerechten en versnaperingen[bewerken]

  • De Nederlandse kaas is beroemd, vooral Gouda, Edam, Leerdammer, Maaslander en Maasdam.
  • Rauwe haring. Hollandse Nieuwe is een speciale lekkernij rond juni.
  • Erwtensoep of snert
  • Rookworst
  • Hutspot
  • Poffertjes

Kleine versnaperingen[bewerken]

  • Bitterbal, vaak gegeten als garnituur bij een "borrel" (alcoholische drank).
  • Limburgse Vlaai, als traktatie bij koffie of thee.
  • Tompouce, als traktatie bij koffie of thee. Op Koninginnedag/Koningsdag zijn de Tompoucen in plaats van roze, oranje geglazuurd.
  • Appeltaart, al of niet met zoete slagroom ook als versnapering bij koffie of thee, in het bijzonder tijdens fiets- en wandeltochten.
  • Stroopwafel of stroopkoek
  • Drop.
  • Hagelslag, kleine chocoladevlokjes in de regel voor op een boterham (brood).

Dranken[bewerken]

Een "moderne" koffie verkeerd met opgeschuimde melk
  • Warme chocolademelk, wordt vooral in de winter gedronken, al of niet met zoete slagroom.
  • Jenever, gedistilleerd alcoholisch drankje, dat sinds de Gouden Eeuw in een aantal steden gemaakt wordt. In Schiedam bevindt zich het Jenevermuseum, waar ook meegewerkt kan worden aan het stookproces. (zie verder [10])
  • Huidige Nederlanders drinken qua alcohol trouwens vooral bier en wijn. Wie bier bestelt krijgt hoogstwaarschijnlijk pils van de tap zoals Grolsch en Heineken, maar desgevraagd bestaat het aanbod meestal uit verrassend veel andere bieren, waaronder soms plaatselijk ambachtelijk gebrouwen soorten.
  • Thee maar vooral Koffie zijn sinds eeuwen verankerd in de Nederlandse cultuur. Sinds de Gouden Eeuw worden beide dranken grootschalig geproduceerd en in het huidige Nederland drinkt nagenoeg iedereen meerdere kopjes van de ene en/of de andere warme drank. Traditioneel gebeurt dit vooral rond 10 uur 's morgens en rond 8 uur 's avonds. Zelfs op "werkvloeren" en 's avonds bij veel verenigingen, wordt dan even met elkaar een kopje koffie of thee gedronken. Al sinds langere tijd wordt echter de hele dag door koffie en thee geschonken. In de randen van grote steden kunnen regelmatig koffiekiosken aangetroffen worden, eenvoudige gelegenheden voornamelijk gericht op chauffeurs en andere mobiele werknemers. Koffie en thee kunnen in alle mogelijke variaties gekocht worden in iedere supermarkt. Maar echt bijzonder specialistisch zijn natuurlijk de echte koffie- en theewinkels. Een typisch Nederlandse variant bereide koffie is koffie verkeerd. Wie overigens een zogenaamde "coffeeshop" binnenstapt, zal er al snel achter komen dat deze gelegenheden niet alleen koffie en thee verkopen, maar dat het hier vooral gaat om de verkoop van softdrugs.

Uitgaan[bewerken]

Veel steden in Nederland hebben prima uitgaansgelegenheden. In het zuiden vooral betreft het bars en cafés, waar veel dancemuziek wordt gedraaid (voor de jongeren) of Nederlandstalige muziek e.d. (voor de minder jonge mensen). Nederlandse bars en clubs sluiten vaak om 2.00 uur in de nacht, hoewel dit kan verschillen. In het zuiden (Noord-Brabant en Limburg) gaat het vaak langer door, zoals Stratumseind in Eindhoven tot 04:00 uur in de nacht. In een aantal grote steden kan het zelfs 24 uur per dag doorgaan.

Overnachten[bewerken]

Camping
De Toekan van Van der Valk.
Natuurvriendenhuis Allardsoog in Een-West
Center Parcs bungalow

Kamperen/Trekkershutten[bewerken]

De iets sportievere/meer avontuurlijk ingestelde toerist, die bovendien rekening wil houden met een eventuele regenbui, is vanaf het voorjaar tot in de herfst van harte welkom op een van de vele Nederlandse campings. Zeker als er alleen met een een- of tweepersoons tentje gekampeerd hoeft te worden, is er altijd nog wel een plaatsje op het terrein te vinden. Sanitaire voorzieningen zijn meer of minder uitgebreid, maar de kwaliteit is in verreweg de meeste gevallen uitstekend (Uiteraard wordt in de zomervakantie-periode een veel groter beroep op alle voorzieningen gedaan, waardoor er tijdelijk toch sprake kan zijn van enige overbelasting). Op een enkel kampeerterrein kan het nog zo zijn dat er met een Euro-muntje of met een aan te schaffen penning voor warm water moet worden betaald, het is dus slim direct bij inchecken na te vragen of dit het geval is! Ook praktische en/of recreatieve voorzieningen kunnen meer of minder uitgebreid zijn. Zeker langs de kust, bieden grote gezinscampings wat dit betreft vanalles, zoals supermarkten, zwembaden, restaurants en animatieteams. (zie verder onder andere Camping-nederland.startpagina)

Het andere uiterste, in de vorm van natuurkampeerterreinen of kamperen bij de boer, is echter ook heel populair. Op deze kleinere terreinen bestaat de animatie vooral uit natuurbeleving en/of meekijken bij een kleinschalig boerenbedrijf. Qua boodschappen kunnen soms ter plekke "geproduceerde" producten worden aangeschaft. Kortom heel veel persoonlijke gastvrijheid! (zie verder onder andere Stichting Vrije Recreatie en Stichting Natuurkampeerterreinen.)

Op de meeste kampeerterreinen kan de meer weer-zekere en/of meer op comfort gerichte reiziger ook met een kampeerwagen, caravan of camper terecht. In vakantieperiode's is reserveren dan wel aan te bevelen, zoals dat ook geldt voor mensen met gezinstenten.

Ook toeristen zonder eigen tent of soortgelijke verblijfsvoorziening kunnen kamperen beleven. Voor hun staan op een aantal terreinen trekkershutten klaar. (zie verder Stichting Trekkershutten Nederland)

Wild kamperen is in Nederland officieel nergens toegestaan. Zeker aan de kust wordt hier streng op toegezien, zoals ook vaak ter plekke aangegeven. Incidenteel is een plek voor paalkamperen aangewezen, ter hoogte van een daar geplaatste paal mag dan wel in de natuur een tent worden opgezet.

Hotels/Bed and Breakfasts[bewerken]

Reguliere hotels alsmede de in populariteit toegenomen Bed and Breakfasts zijn relatief duur. Qua hotels telt Nederland naast particuliere hotels diverse ketens, zoals NH hotels welke vaak aan de randen van steden te vinden zijn. (Zie verder [11] en Hotels-nederland.startpagina.) B & B's hebben uiteraard vaak een persoonlijker karakter (zie hiervoor Bed and Breakfast startpagina).

De bij een breed publiek populaire hotel en restaurantketen Van der Valk beweegt zich qua prijsklasse tussen de zogenaamde kwaliteitshotels en de budget voorzieningen. Van der Valk is vaak te vinden langs snel- of invalswegen, altijd overigens duidelijk gemarkeerd door een karakteristiek logo in de vorm van een kop van een Toekan (zie verder [12]).

Onderweg kan in steden informatie over al deze soorten accommodaties ingewonnen worden bij een VVV-kantoor.

Budget[bewerken]

  • Vrienden op de Fiets verzorgd ook een soort uitgebreid Bed and Breakfast netwerk, maar dan tegen een zeer betaalbaar tarief en specifiek voor leden die een fiets- of wandelvakantie door Nederland (en/of aangrenzend Duitsland en/of België!) heen maken (zie [13]).
  • Van oudsher kunnen in het bijzonder fietsers en vooral wandelaars ook altijd terecht in de natuurvriendenhuizen van Nivon. Zoals de naam al zegt zijn deze te vinden middenin of nabij natuurgebieden, vaak direct langs een Lange Afstand Wandelroute. Qua eten en drinken kan hooguit een kleine versnapering bij de gastvrouw/-heer worden gekocht en/of koffie en thee uit een automaat worden gebruikt. Daar staat tegenover dat gasten de luxe hebben van een gemeenschappelijke professioneel-ingerichte keuken, waar ze zelf op ieder tijdstip eten en drinken klaar kunnen maken. Ook zijn er "huis-/eetkamer ruimtes" en natuurlijk hebben de huizen een terras, waar de natuur kan worden "opgesnuifd". De huizen zijn ook met de auto te bereiken, maar houd wel rekening met een avontuurlijke laatste kilometer! Houd er ook rekening mee dat Nivon nog weleens aan groepen verhuurt. (Zie verder [14].)
  • Een meer gemoderniseerde variant budgethotels, vormen de Stay Okay's. Feitelijk is Stay Okay de nieuwe naam voor jeugdherberg/youth hostel en backpackende jongeren en jonge gezinnen vormen dus vaste gasten. Maar de huidige keten probeert mede met de nieuwe naam de doelgroep wel te verbreden tot alle meer actieve vakantievierders. (zie verder [15])

Bungalow-vakanties[bewerken]

Nederlanders gaan in eigen land graag ook op vakantie door naar een bungalowpark te gaan. Vooral de diverse Center Parcs en Landal GreenParks zijn gewilde bestemmingen voor meerdaagse verblijven. Zeker in het zuiden en oosten van het land, wonen veel toeristen tijdelijk in een bungalow. In de regel kan gekozen worden voor een bungalow-vakantie van: een volle week, een midweek (maandag tot vrijdag) of een lang weekend (vrijdag tot maandag). Net zoals voor kampeerterreinen, geldt dat voorzieningen heel uitgebreid kunnen zijn, maar dat er ook meer sobere parken bestaan voor diegene voor wie vakantie ook (soms) rust is. (Zie verder Bungalowpark startpagina)

Leren[bewerken]

Huygensgebouw Radboud Universiteit Nijmegen

Nederland telt veel universiteiten. De universiteiten van Leiden, Utrecht, Groningen, Nijmegen en Amsterdam zijn algemene universiteiten. De universiteiten van Delft, Eindhoven, Twente zijn de technische universiteiten. De universiteiten van Wageningen, Rotterdam, Tilburg en Maastricht zijn gespecialiseerde universiteiten, die niet alle wetenschappelijke deelterreinen bestrijken. Al deze universiteiten hebben opleidingen in het Nederlands en het Engels.

Werken[bewerken]

Werk vinden in Nederland is misschien relatief makkelijk. Ook hebben de meeste werkgevers niet zoveel problemen met buitenlanders aannemen. Zelfs ongeschoolde mensen kunnen in Nederland wel aan de slag, vooral bij boeren.

Helaas speelt de wereldwijde crisis zich in 2013 ook steeds zichtbaarder in Nederland af, waarmee het voor iedereen wel moeilijker wordt om werk te hebben of te houden.

Veiligheid[bewerken]

Nederland is een relatief veilig land. Toch is Nederland weleens bedreigd met aanslagen, onder andere vanwege extreem rechtse groeperingen. Op veel plaatsen in het land zijn camera's geïnstalleerd, waarvan de beelden overigens alleen zullen worden gebruikt bij ongeregeldheden (privacybedreigende maatregelen zijn niet doorgegaan of zijn gestopt).

In de grote steden en in de trein (vooral in de treinen van en naar luchthaven Schiphol) zijn vaak zakkenrollers actief. In grote steden is fietsendiefstal helaas een groot probleem. Waar de fiets niet in een van de vele bewaakte stallingen geplaatst kan worden, is het advies twee sloten te gebruiken, waarvan 1 slot (liefst een gekwalificeerd gehard stalen kettingslot) bevestigd wordt aan een vast object als een lantaarnpaal.

Vooral recreanten op grotere wateroppervlakken, dienen bedacht te zijn op vrij plotselinge weersomslagen.

Het alarmnummer in Nederland is 112. Bij geen spoed kan via het telefoonnummer 0900-8844 contact met de politie worden opgenomen.

Gezondheid[bewerken]

Verspreid door het land staan overal ziekenhuizen. De meeste Nederlandse ziekenhuizen zijn kwalitatief goed, maar er zijn negatieve uitzonderingen. De ambulance wordt gebeld met het alarmnummer 112.

Behalve DTP zijn er in heel Nederland geen vaccinaties nodig.

Respect[bewerken]

Soefitempel in de duinen bij Katwijk

De Nederlanders zijn op Europees gebied relatief informeel, open en gastvrij. Noemenswaardige taboes zijn er heden ten dage weinig. Bij sommige bewoners, met name ouderen, kan de rivaliteit met Duitsland nog wel gevoelig liggen, alhoewel deze tegenwoordig over het algemeen vooral over voetbal gaat en niet meer zo zeer over de Tweede Wereldoorlog.

De Nederlanders staan erom bekend homovriendelijk te zijn. Over het algemeen hebben ze maar weinig moeite met homoseksualiteit en worden er zelfs festiviteiten voor homoseksuelen en lesbiennes georganiseerd, zoals de jaarlijkse Amsterdam Gay Pride.

Nederland is een multiculturele samenleving met mensen uit verschillende culturen wereldwijd. Reizigers van verschillende afkomst kunnen zonder problemen door het land reizen.

Hoewel het christendom de grootste godsdienst is in Nederland, zijn ongeveer 1 op de 25 inwoners moslim. Overigens worden zo goed als alle levenbeschouwingen/religies in Nederland wel ergens "beleden". Over het algemeen worden verschillende geloven en/of levensfilosofieën gerespecteerd. In de Bijbelgordel, die van Zeeland tot ongeveer Zwolle loopt, kunnen verschillende (religieuze) uitingen echter gevoelig liggen bij sommige bewoners. Ook in enkele buitenwijken van grotere steden kan dit het geval zijn.

Sinterklaas en Zwarte Piet[bewerken]

Sinterklaas en zijn knecht Zwarte Piet

Eén van de belangrijkste tradities in Nederland is het sinterklaasfeest. Zoals algemeen bekend wordt Sinterklaas vergezeld door Zwarte Pieten. De laatste jaren zijn de protesten omtrent een vermeende racistische karikatuur van deze Zwarte Pieten explosief toegenomen, voornamelijk bij de landelijke intocht van de goedheiligman half november. Indien u van plan bent om ook te gaan actievoeren bij de intocht of een andere sinterklaasgerelateerde gebeurtenis, realiseert u zich dan vooral dat het een kinderfeest betreft en de kinderen echt de tijd van hun leven hebben gedurende het sinterklaasfeest. Het zou geen goede zaak zijn als u het feest voor hen verpest, temeer ook omdat er de laatste jaren steeds meer wijzigingen zijn doorgevoerd om Zwarte Piet minder racistisch te maken. Als u desondanks zelf tegenstander van Zwarte Piet of het sinterklaasfeest bent, is het uit respect voor degenen die het wel willen vieren beter om hen gewoon het feest te gunnen en zelf dan niet mee te doen.

Contact[bewerken]

Telefoon[bewerken]

Brievenbussen

In Nederland is er vrijwel overal gsm-verbinding met de mobiele telefoon, of UMTS/HSDPA voor mobiel internet. Er zijn géén CDMA-netwerken, LTE wordt langzaam uitgerold over het land. De landcode van de telefoon is +31. De meeste Nederlandse websites gebruiken de extensie .nl, maar het kan ook bijvoorbeeld .com of .eu zijn.

De grootste mobiele telefoonproviders zijn KPN, T-Mobile en Vodafone. Zij beheersen de markt in Nederland. Providers bieden de keuze tussen een abonnement met of zonder internet. Hoe hoger de datalimiet, hoe duurder het abonnement. Er zijn ook zogenoemde prepaid-abonnementen, waarbij per minuut of per gebruikte MB wordt betaald. (Zie verder onder internet)

Media[bewerken]

Vooral buiten het westen worden lokale en/of regionale media ook wel gevolgd, maar de meeste Nederlanders zijn toch vooral georiënteerd op landelijke bladen/kranten, radio en televisie.

Qua kranten worden het Algemeen Dagblad, De Telegraaf, NRC-Handelsblad en de Volkskrant het meest gelezen. Vooral Openbaar Vervoer forenzen nemen nog wel eens de gratis Metro of Spits mee.

Er zijn 6 radiozenders van de Nederlandse Publieke Omroep, waarvan radio 1 de nieuwszender is. Daarnaast worden radio 2 en 3 FM vooral beluisterd, laatste voornamelijk als (pop)muziekzender. Klassieke muziek is op radio 4 te horen. Radio 5 en 6 tenslotte, zijn echt zenders voor specifieke doelgroepen. Verder kan op een diversiteit aan commerciële stations worden afgestemd, waaronder ook Business News Radio (BNR). Wie specifiek geïnteresseerd is in populaire Nederlandse muziek, kan op 100%NL afstemmen. Televisie wordt verzorgd door de nationale publieke omroep op de zenders 1 tot en met 3. Daarnaast zijn er RTL en SBS Broadcasting B.V.

Internet[bewerken]

Nu.nl is een belangrijke puur internet nieuwsbron. Nederlanders behoren overigens tot meest intensieve gebruikers van internet ter wereld, er zijn dan ook relatief veel .nl sites.

Draadloos internetten via Wi-Fi is al bijna een standaard-service binnen de Horeca. Het zogenaamde stadsWi-Fi (waarbij een hele stad voorziet in wireless internet) komt langzamer van de grond, dit bestaat nog maar binnen enkele kleinere stedelijke gebieden en werkt bovendien nog niet optimaal. Ook Wi-Fi in de trein laat nog te wensen over, in ieder geval als het gaat om de snelheid.

In steden kunnen nog altijd internetcafés gevonden worden. Daarnaast zijn mensen zonder draadloze voorziening welkom in de openbare bibliotheken, waar ook tegen betaling voor een bepaalde tijd kan worden ingelogd op het World Wide Web.

Post[bewerken]

Sinds de reorganisatie onder TNT Post, die daarna de naam PostNL heeft gekregen, zijn er geen postkantoren voor particulieren meer in Nederland. Er zijn wel veel kleine PostNL postagentschappen, vaak in supermarkten of tabakswinkels die ook postzegels verkopen. Brievenbussen zijn te herkennen aan de oranje kleur met een ietwat bolle voorzijde en twee vakken, de rechtse opening is voor de regio en de linker is voor de rest van Nederland en het buitenland.

Dit is een gids-artikel. Het bevat een grote hoeveelheid aan goede, kwalitatieve informatie over relevante attracties, uitgaansgelegenheden en hotels. Duik erin en maak het een ster-artikel!
Landen in Europa
Balkan: Albanië · Bosnië-Herzegovina · Bulgarije · Kosovo · Kroatië · Macedonië · Montenegro · Roemenië · Slovenië · Servië
Baltische staten: Estland · Letland · Litouwen
Benelux: België · Luxemburg · Nederland
Britse Eilanden: Ierland · Verenigd Koninkrijk
Centraal-Europa: Duitsland · Hongarije · Liechtenstein · Oostenrijk · Polen · Slovenië · Slowakije · Tsjechië · Zwitserland
Frankrijk en Monaco: Frankrijk · Monaco
Iberisch Schiereiland: Andorra · Gibraltar · Portugal · Spanje
Italiaans Schiereiland: Italië · Malta · San Marino · Vaticaanstad
Kaukasus: Armenië · Azerbeidzjan · Georgië
Oost Middellandse Zee: Cyprus · Griekenland · Turkije
Oost-Europa: Kazachstan · Moldavië · Oekraïne · Rusland · Wit-Rusland
Scandinavië: Denemarken · Finland · Noorwegen · IJsland · Zweden
Bestemmingen
Continenten: Afrika · Azië · Europa · Noord-Amerika · Oceanië · Zuid-Amerika
Oceanen: Atlantische Oceaan · Grote Oceaan · Indische Oceaan · Noordelijke IJszee · Zuidelijke Oceaan
Poolgebieden: Antarctica · Noordpoolgebied
Zie ook: Ruimte